dinsdag 20 juli 2010

Vrouwen, een vergelijkende studie

De hoer van Frederik Pardon was zevenentwintig jaar, blond en in het bezit van een stel borsten die een BH van het formaat dubbele D makkelijk konden vullen. Haar hobby’s waren zeilen en over poesjes aaien. Zelf begreep ze niet dat dit laatste dubbelzinnig geïnterpreteerd kon worden. Wanneer mannen met haar lachten als ze liet vallen dat ze graag over haar poesje aaide lachte ze gewoon gezellig mee. Het viel haar op dat mannen haar vaak sympathiek vonden.

Ze noemde zichzelf “de vriendin van Frederik Pardon”. Frederik Pardon verwees daarentegen altijd naar haar als “mijn hoer”, een feit waarvan zij niet op de hoogte was. De twee hadden, kortom, een gezonde moderne relatie.

Behalve de hoer van Frederik Pardon hield Frederik Pardon er ook nog een relatie op na met een vrouw die hij “de moeder van mijn kinderen” noemde. De moeder van de kinderen van Frederik Pardon was in vele opzichten het tegenovergestelde van de hoer van Frederik Pardon. Ze was een diepe en poëtische vrouw, die niet veel gaf om de materiële aspecten in dit leven. Ze kon meewarig naar door de regen bevlekte landschappen kijken en daardoor bijna in huilen uitbarsten. Ze lachte vaak, gewoonweg omdat ze alles zo oogverblindend mooi vond. Ze had gevoel voor taalkundige dubbelzinnigheden en kon zichzelf en anderen relativeren en de dingen in een zakelijk perspectief zien als dat moest.

Ze was ook zo lelijk als een hond. Elke nacht wanneer Frederik Pardon ging slapen wenste hij hartstochtelijk dat ze mooier zou worden, maar het had geen zin. Zijn perfecte vrouw, zijn zielsverwante, de vrouw van zijn kinderen, was een lelijk wijf.
Frederik had lange gesprekken met haar, ging met haar naar musea en voelde zich totaal begrepen door haar. Als hij haar neukte dacht hij aan andere vrouwen of aan porno die hij voorheen had bekeken met dat doel. Wanneer hij aan haar dacht tijdens het neuken werd zijn penis slap. Hypocrisie op seksueel gebied en mentale compatibiliteit waren essentiële onderdelen van hun bijna dagelijkse samenzijn.
Ook zij hadden, kortom, een gezonde moderne relatie.

Op een dag nam hij haar terwijl ze op haar rug lag op een groot houten bed met dubbele plinten dat ze van haar ouders gekregen had. Hij ragde een eind weg in haar veel te brede foef en probeerde iets te voelen dat wat weg had van seksuele opwinding. Hoe hij ook trachtte om tot een hoogtepunt te komen, het lukte hem niet en na een tijd klopte ze hem bemoedigend op de rug, alsof ze hem wilde troosten. Toen hij haar bemoederende scheve smoel, met de dikke kaken, de acné en de spleetjes van ogen zag werd zijn halfstijve penis volledig slap.

“Ze denkt godverdomme dat het mijn schuld is”, dacht Frederik Pardon woedend. Hij trok zijn piemel uit haar kut en begon er verwoed aan te rukken. Hij negeerde haar protesten en ging door tot hij een orgasme kreeg. Toen hij voelde dat hij ging komen hield hij zijn piemel naast haar gezicht en spoot hij gans haar gezicht vol. “Dat zal haar godverdomme leren, de trut”, dacht hij. De vrouw van zijn kinderen tastte geschokt met haar vingers aan het warme zaad dat aan haar gezicht plakte. Ze voelde de tranen in haar ogen springen, maar de rationele vrouw die ze was wilde hem niet de voldoening geven om en plein public in huilen uit te barsten. Ze trok zich terug in de badkamer, ging op de pot van het plastic hangtoilet zitten en begon zachtjes te grienen.

Frederik trok zijn kleren aan, klopte even op de deur van de badkamer en haalde toen er geen reactie kwam zijn schouders op. Hij verliet het huis van de vrouw van zijn kinderen en reed recht naar het appartement van zijn hoer.
Toen de hoer van Frederik Pardon de deur opendeed sleurde ze hem meteen aan zijn hand het appartement in. “Ik moet je iets tonen”, kirde ze opgewonden. Ze trok hem naar de woonkamer, waar ze stil bleef staan voor een muur waaraan een schilderij hing. Ze bleef in afwachtende stilte zwijgen en naar zijn gezicht staren. “Ja, en?”, zei Frederik geïrriteerd.

“Wat denk je?”, kirde ze opgewonden. Frederik merkte met enige consternatie op dat ze op en neer sprong en in haar handen klapte als een achterlijk kind van drie jaar. “Wat denk ik van wat?”, zei Frederik. Hij werd met de seconde kwader. “Wat denk je van mijn schilderij? Is het niet prachtig?”
Frederik bekeek het smakeloze bonte ding dat voor hem aan de muur hing. Het was een kruising van negentiende eeuwse impressionistische landschappen en de meest wanstaltige babyverheerlijkingspropaganda uit de laat-consumptieve beeldcultuur van de twintigste eeuw. Op de voorgrond bevonden zich twee naakte peuters en daarachter waren er vlekken die met wat goede wil als natuurschoon geïnterpreteerd konden worden.

“Wat doen ze? Elkaars snot opeten?”, vroeg Frederik. De ogen van de hoer van Frederik Pardon verwijdden zich aanzienlijk en met een nieuwe kir duikelde ze een foldertje op van de zetel.

“Oh, maar dat staat vast in de brochure”, schreeuwde ze.

Frederik zuchtte. Hij nam het foldertje uit haar handen en nam haar schouders vast. “Je hebt hier veel voor betaald, niet?”, vroeg hij. “Ja, maar ik vind…”, begon ze. Hij onderbrak haar onmiddellijk. “Je hebt je laten bedriegen. Het is niet alleen lelijk. Het is ook smakeloos. Ik zou zeggen dat het grotesk is, maar dat zou je vast niet begrijpen.” Hierna liet hij haar los en ging hij met zijn benen gekruist op de zetel zitten. “Kan je me een whisky halen? Ik heb een moeilijke dag gehad vandaag.”
De hoer van Frederik bleef exact vijftien seconden wezenloos voor zich uitstaren. Ze dacht: “Waarom ben ik toch samen met die man?” Frederik herhaalde zijn vraag iets dwingender. Ze vergat haar gedachten en schonk hem een whisky in. Ze gaf hem zijn drank, die hij met één teug achterover kapte. Hierop betastte hij haar borsten en wreef hij met zijn vingers over haar slipje. “Frederik, stop, ik heb niet zoveel zin”, protesteerde ze, maar het was te laat. Frederik rukte haar slip uit, draaide haar om op haar buik en begon haar met gretige halen te neuken. Na nog geen twee minuten kwam hij klaar. Toen hij klaar was trok hij zijn onderbroek en broek op en zette hij zich recht. “Ik moet weg. Ik heb een zakenafspraak om negen uur”, zei hij. Nog voor de hoer van Frederik Pardon zich weer recht kon zetten verliet hij het huis, stapte hij in zijn crème-kleurige BMW en reed hij weer naar het huis van de moeder van zijn kinderen.

Hij parkeerde zijn BMW in de garage onder het gebouw en stapte de trappen op. Hij kwam binnen in hun huis en merkte op dat zijn vrouw al was gaan slapen. Hij zette de televisie aan en keek naar het sportkanaal tot hij te moe was om nog wakker te blijven.

Hij ging in de slaapkamer binnen, deed zijn das en hemd uit, maakte zijn schoenen los en deed zijn kousen uit en verving zijn broek voor een bermudashort. Hij ging naast zijn lelijke vrouw liggen en deed zijn ogen dicht. Hij voelde haar bewegen en besefte dat ze nog niet sliep. Hij voelde haar dichter komen, en hij voelde haar adem warm tegen zijn gezicht blazen. Ze gaf hem een plotse liefdevolle zoen op zijn voorhoofd. “Je hebt die prut toch van je gezicht gewassen, hoop ik”, zei hij. Hierna keerde hij zich op zijn zij en hij sliep spoedig in. In hun respectievelijke bedden deden de moeder van de kinderen van Frederik Pardon en de hoer van Frederik Pardon geen oog dicht.

vrijdag 9 juli 2010

Kruise, konverseer, kontakteer, kots, krash

“I want you back/
for the rhythm-attack/
coming down on the floor/
like a maniac.”


Een bekende houseperformer, 3 AM, schouwend over de duistere wateren van zijn privézwembad.


Ik zit in mijn auto, in de file en ik droom van een kleine idylle, een pastorale met jou en een labrador aan onze voeten. We wonen ergens ver weg, mijlen verwijderd van Didier Reynders, Ronald McDonald en olierampen. We hebben geen kinderen omdat er geen leegte te vullen valt. De mistige en nattige nacht vervangt de zompige warmte van de dag in volledige harmonie. Ik kijk naar je en strijk door je haren en er zijn geen anderen (niet meer, dan toch). Je bent voor altijd mooi en de mijne. Mijn rimpels zijn tevreden en mijn maag is gevuld en afwezig blijven de vlammenwerpers en het willen dansen met vreemde stammen. “Dit is mijn leven”, denk ik, maar dat is niet zo erg. We lachen.

Dat gaat van: “ha ha ha.” Zo ongeveer.

God weet dat het een mooie droom is, hoe Hij ook met zijn vingers in zijn oren en zijn ogen dicht “la la la” blijft roepen, als een verwende tiener. Helaas kan ik niet aan onze utopie beginnen, ze niet tot werkelijkheid brengen, want jij bestaat niet en ik heb mijn levensproject van het drinken en reviewen van alle goedkope merken pils nog niet verwezenlijkt. Ook zijn er nog andere belangrijke bezwaren, zoals zoveel mogelijk te beleven op zoveel mogelijk plaatsen. Er is ook nog de vrijheid, die inhoudt dat je je slavernij op je eigen manier mag belijden. Je mag 38 uur per week werken en jezelf een BMW kopen, of je kan ook kiezen om niet werken en wekenlang alleen koolsoep eten. Je kan je moeder uitschelden en je vrienden van je laten vervreemden. Je mag je lief “schnoepie” noemen, haar de schedel inslaan en haar daarna in je tuin begraven, als niemand het maar te weten komt. Zo vrij zijn we wel.

Ik zit in de auto te zompen van de hitte. Links van me zit een korte dikke man met zijn gsm te spelen en naar de ultieme callgirl te snakken. Ze is blond, strak en zonder stembanden, zonder nationaliteit en achtergrond, gewoon gemaakt om te neuken. De enige gelaatsuitdrukkingen die ze heeft zijn extatisch en erg vrolijk. Bij haar kan je hoereren zonder schuld te voelen.

Rechts van me rijdt er een jong meisje met haar handen krampachtig aan het stuur gekluisterd. Ze lijkt bang om het los te laten, alsof ze de penis van een onzeker en infideel vriendje vastheeft. Ik besluit om naar haar te glimlachen, maar ik ben te veel van de facebook-generatie om haar netlogstrak-jeugdigheid niet aan het walgen te brengen.

Gelukkig kan ik al vlug gas geven en de colonne schuift een beetje dichter naar een onbekende bestemming. We stoppen enkele meters verder in een andere onverwachte configuratie. Ik krijg nieuwe buren. Dat is wel even wennen, maar de beklemmende atmosfeer blijft er om ons te begeleiden. Het gas uit de auto’s gaat de lucht in en maakt vogels ziek. Dat heb ik in een wetenschappelijk blad gelezen.

Ik weet zelf niet goed meer waar ik heen rijd, uiteindelijk. Ik duw op goed geluk op het gaspedaal en neem een afrit. Ik vraag me af wat Zorro zou doen als hij een Volkswagen zou bezitten. Ik bereik fabelachtige snelheden, mijn wielen bewegen zich ritmisch op het macadam. Ik kom aan een plein en parkeer mijn kar en ga binnen in een bar. Ik sla snel twee whiskeys achterover. Ik ga naar een discotheek en lach naar vreemden. Ik sluit vriendschap met drie Albanezen. Ik dans met een meisje dat vindt dat ik mooi haar heb. Ze is niet de eerste. Ik vraag haar of ze met me mee naar huis wil komen, maar ze wil niet, want ze heeft een vriend en het ligt allemaal erg ingewikkeld. "Dat wilde ik allemaal niet weten", zeg ik waarna ze in een hoek gaat zitten mokken. Ik bestel meer drank en uiteindelijk ga ik op de straatstenen kotsen. Ik kijk naar de stenen terwijl het slijm uit mijn neus druipt. Het heeft allemaal niets te betekenen.

Nee, dan alleen in mijn bed, met de zonneschijn in mijn hersenen, de narcose in mijn lichaam en je lieve vingers in mijn cortex. Onze vijver aan ons huis aan het meer, vlakbij de immense zwart-groene zee. We willen niet verdrinken, want de oneindigheid is in ons leven. We lachen, lachen, lachen, drinken, drinken, drinken, neuken, neuken, en eten. Er blijft geen tijd over om hem kapot te denken. Onze belevenissen zijn cirkels en we draaien rond gemeenschappelijke spillen, we weten dat niet ons kan doen botsen. Ik kus je hoofd en je gouden krullen. Het is dol om wat anders te willen.

maandag 5 juli 2010

Sexual capitalism and capitalist sexuality

People call me (der) Dre, but I was born Andreas Peter Muller in a hospital in East-Germany. I am 23 years old and I was subjected to the wickedness of woman. I have something to tell and though it’s not even a real story, more like a long anecdote, the events I will describe are of some importance to me. So try not to laugh, even though I suspect it's hilarious to a high degree.

When I was eighteen years old I decided to join the army. Fighting against the great monster of capitalism seemed like a worthy cause. In the end it proved not to be, but it’s easy to see things clearly once they’re over. I first realized the pointlessness of the entire thing when they pulled me out of my bed in the middle of the night because I didn’t brush my boots properly. We had to put them outside of our rooms at night so the sergeant could inspect them while we were sleeping. I thought there wasn’t a crumb of dirt on mine, but I must have been wrong about it. The sergeant didn’t think they were clean. He screamed at me and put me on cleaning duty for the rest of the week.

As I was brushing the floor with a ludicrously small brush I thought: “What the hell am I doing? Thinking I should fight capitalism? I’ve never met a capitalist in my life.” So I decided to get out of the army. It really was that simple.
At least, in my mind it was simple. The administration of the army, a thoroughly bureaucratic example of the worst of the nomenklatura, wasn’t very prone on letting a young soldier slip out of their grip. The liaison officer, a gentle guy with a good human heart and a warm voice, tried to persuade me.

“What are you going to do outside, Dre?”, he inquired softly, “Work in a factory? I can assure you factories are harder than the Nationale Volksarmee. You have got nowhere to go, you’re not skilled in the sciences and from the look of it you’re not made for a life of hard physical labour. Am I right?”
I told him he might be right but that it was besides the point. I told him I had come to the army with a mission, an attempt to mean something, to fight for a just cause, to be. Not to brush stairs with a toothbrush or to obey absurd commands. He just smiled.

“Hey, this is the NVA, not the Sovjet-army, and you better be glad about it.”, he said, “Those beasts kill each other for a penny. Believe me. I know. I was in the war.”

I shrugged. He touched my shoulder. “Go drink a bit, visit a prostitute, think about what you’re supposed to do.” After this he left, still smiling.

That night I drank until I almost popped, and afterwards I visited a prostitute. I learned that ideals can’t bother you anymore once you just forget about them. Nihilism is just profound forgetfulness, nothing more.

Truth was, I realized there really was nothing waiting for me on the outside. My mother was a sad old hag and my father was a drunk. I had sisters nor brothers. My friends were bastards who’d betray you for a sausage or, more likely, for a piece of tail. The one girlfriend I had was a retarded cunt who thought you should marry before fucking. One desperate night, I touched her pussy and she started crying.
The prostitute I visited was called, rather predictably, Molly and she was the first woman I ever fucked. Sex didn’t strike me as anything special. I thought it was just about swapping juices in a space of almost unbearable closeness. Of course I didn’t know about love back then, not yet.

Molly was nice. She treated me like a mother would treat a young pale looking kid that feels not at all welcome in the world. She asked me why I was so shy. She also told me I was handsome. After this I took my pants of and I fucked her. We really didn’t care about aids yet, back then. Getting the clap was just a part of growing up. When I was finished she smiled again, the moans disappearing from her face. Something told me not all hookers were so friendly. I have always been blessed with the gift of intuition.

I don’t know if it were the words of the liaison officer or not, but anyway I didn’t leave the army. In the autumn of 1981 we almost invaded Poland. It was the closest thing to a real military expedition I ever got. By the end of 1982 I found myself still in the army, and entirely uninterested in anything but drinking and fucking hookers. Of course they should’ve fired me from the service, since it was more probable I’d shoot myself in the foot than defend our country, but they didn’t. I guess nobody gave a big enough fuck.

I don’t want to sound pathetic and I am not saying this to arouse love or sympathy, but nobody really ever cared about me, back then. Nobody that mattered, anyway. There was the cunt that didn’t want to fuck me until I married her, but she was stale, ugly and predictable. There was still another one, but I didn’t really like her either. When I dumped her she cried and pulled my clothes. I felt like a bastard for days. The feeling passed. I think I really am not a bastard. Then again that’s what Hitler must have thought.

Momma didn’t care, she just cared for daddy, had eyes only for him. But he didn’t have a clue how much she loved him because he was drunk all of the time. The fucking bastard. They should’ve castrated him and hung him from the highest tree. He used to hit me. Always drinking and talking about the war and how great things used to be. Didn’t do one bloody useful thing in his entire life. A bum by any standard, even a kid’s.

When I got to the age of 21 I was almost exactly like him. Only I wasn’t in any war, ever. I drank all night and slept all day. On the rare occasions I did have something to do I complained to everyone about it. My complaining attracted some attention, and the brass must have thought it was a sign of great vitality. They promoted me to corporal. I was a regular asshole, a real pain in the butt, somebody who didn’t give a fuck about anybody but himself. But I was honest and predictable in my depravity, so people liked me.

So what the heck, why waste more words about what could be said in a couple of sentences. I fell in love, finally, intensely and fatally. What did you expect? A goddamned religious crisis? Her name was Hilde and she was the wife of a lieutenant that was rather fond of me. His name was Jürgen Brekbacker and he thought I was a real funny guy. We met during an exercise near Rostock.

During the expedition there was a rather unsettling accident with some explosives. Some young guy didn’t wire the explosives properly and the whole thing blew up a couple meters from his face. Luckily he was wearing a protective suit, but still he was charred pretty badly. When we took off his helmet we could smell the protruding aroma of burning flesh. His face looked like a piece of shredded salami.

Nobody really knew what to say so I remarked that the aroma would’ve been nice at a barbecue. One of the senior officers heard me and went bonkers. He asked if I was out of my ‘vollgescheissenes’ mind. I told him that maybe I was. He didn’t think I was being funny. The wounded man got carried off to a hospital. I was still cracking jokes. Finally the officer pointed his fat finger in my face and ran off, rather sourly. Hard to find a military man with a good sense of humour. Hard to find any man with a good sense of humour,as a matter of fact.

Whatever you can say about lieutenant Brekbacker, he did have a good sense of humour. When he found out I was fucking his wife he just told me I was lucky she didn’t steal my credit card.

After the incident with the explosives and the rancorous officer Brekbacker suddenly spoke to me at the dining table, as if my rudeness had turned me from a spector into a real human being. “That was some ugly stuff back there, but I takes courage to take things so lightly at such a time”, he said. I told him the guy never had a nice face anyway.

“Don’t you feel any sympathy for your fellow soldiers?”, he asked.
“No fucker that blows up his own face has my sympathy.Next time he might blow up my ass”, I said. Brekbacker thought that was hilarious.

The next time he saw me at the base in Berlin he invited me to go drinking with him. I didn’t mind going drinking with him so I went with him to a bar in Kreuzberg. It wasn’t a nice place.
“What a crappy shithole”, I told him.
He shrugged.
“Whiskey’s good, though”, he said. You couldn't argue with that.

We became friends. He thought I was funny and I admired his tactical indifference, which consisted of a vast and impenetrable strategy of not caring. One night he invited me into his house to meet ‘the old ball and chain’, which I did. I fell in love with Hilde the moment she touched my hand to shake it. It wasn’t like me to fall in love like that. I could hardly be described as a romantic. But I did fall in love. She said Jürgen had told her a lot about me and I just grinned like an idiot. I was already imagining nailing her in her husband’s bedroom. I imagined she had a nice juicy cunt. She said everything was ready for dinner. “We are eating coq au vin”, she said. I thought it was poetry.

We ate coq au vin that night. During the long stories about nasty battles the lieutenant had never personally fought I tried to steal a glance from her. But I didn’t get as much as even a haughty look. I was growing more and more resigned to my fate of being ignored by Hilde until the lieutenant left the room to take a quick sanitary break. In this short pause between stories and in the absence of her spouse she looked at me daringly and temptingly. I thought she was going to devour me with her eyes. Her husband returned and during the remainders of the meal she treated me quite coolly, as if I didn’t exist. A mere spectre in a house that held her delicate material presence.

As I returned home I wondered if I had been imagining things. Did she really look at me in a sexual way? Hadn’t I mistaken her shame in being alone with me for a want of fornication?

I started visiting their house at regular times, but never without an invitation of the husband. Every time she got alone with me I had the impression she wanted me in a non-platonic kind of way. Every time I was going home I wondered if I had been imagining things.

One night the three of us were eating with another officer, a rather old major that had never visited the house of the lieutenant before. The two indulged in a quite technical talk about the use of bayonets and the likes on the battlefield and as the lieutenant had an extensive collection of exactly these things they left the room to take a look at them. I found myself alone with Hilde once again.
She began by giving me one of her long wanting stares, not saying a word. She smiled and I smiled, she looked down and I stared, she stared and I looked away. Suddenly she looked at me in a determined way. She said: ”Jurgen mustn’t find out.” I asked her what she was talking about, but she said I knew damned well what she was talking about. I said I really didn’t know but she didn’t say anything back. The men returned and she got back into her blanket of white silence.

The next day I took a day of leave and I walked to their house. I stood on the sidewalk for some time, doubting whether I was a fool or not. I pulled myself together. I knocked on the door and she opened it.
“Is Jürgen there?”, I asked. I knew he wasn’t.
“What if he is?”, she said.
“Can I come in?”
“Why would you want to come in?”
I didn’t have a reply for that. She let me in anyway. She closed the door behind me and took my hand. “You must always remember I am not one of your filthy prostitutes”, she said. She put my hand on her bosom.

She turned out to be quite the lay, especially for a woman that was about a decade older than me. During our intercourse she liked to squeeze my balls and hurt me a little. After some time she always forgot about her face and limbs and she became an enormous dripping wet and throbbing pussy. We met five times like this and we fucked about fifteen times. That's a pretty nice fuck/visit-ratio.

Despite of the lucky numbers, my life quickly became hell to me, because I was so freaking obsessed with her. I thought about her all the time and couldn’t concentrate on even the simplest tasks anymore. When I saw her I was in heaven, as I was about to leave I felt terribly down in the dumps. I didn’t feel guilty towards Jürgen once.

After my fifth visit to his wife however he came to me looking rather sourly. I suspected at once he had found out. We went to a bar and starting drinking whisky at an insane pace. We really slammed them inside our throats like madmen.

He turned to me and looked at me with eyes that were cross and red from all of the drinking.
“You have been fucking my wife”, he suddenly screamed, loud enough to be heard even outside. I was too stunned to respond to his statement. He took my silence as an affirmation of what he had just shouted. He looked like he was going to kick me in the nose, a movement I really didn't feel for, but, to my surprise,he started laughing.

“You’re lucky she hasn’t stolen your credit card", he giggled, "That woman is the most expensive thing a man can own.” I felt slightly offended that he had said he owned her but I immediately changed my mind and felt disgusted that I seemed to be rapidly becoming a feminist.

“How have you found out?”, I asked him.
He smiled, took a cigarette out of his pocket and lighted it with a match.
“You’re so fucking young”, he grinned, “ I bet you have a fat old pecker.”
He sighed as the music in the bar changed into a melancholy Russian song.
“She’s a nympho, Dré and a damn looker too. She just told me she was fucking you. It’s all a game to her”, he told me. I couldn’t believe it. As we both left the bar in a drunken haze, he told me he wouldn’t be friends with me anymore. “Why not?”, I asked.

“What do you think? You fucked my wife”, he said and he left.

The next day I quickly ran to their house and as she opened the door I shouted to her Jürgen had found out. She motioned with her arms to be quiet and she led me into the house. As I looked into her blue eyes in her pale skinny face and told her again Jürgen knew I saw an icy stare. No more warmth radiated from her face and I all at once knew she was a lost cause.

“I told you, you shouldn’t let Jürgen find out”, she said.
“But you told him yourself!”, I objected. She admitted she did. She also said it was best for me to leave. At first I didn’t want to and I told her she’d have to fucking shove me out of the door. Now she also seemed to think I was a funny guy. I could stand her rejection but I couldn’t bear her derision. As she gently shoved me out the front door she said, “it was nice fucking you.”

There I was on the pavement, alone, a man abused. I felt the need to brush my teeth. I went home and washed myself three times after which I felt a bit better. I visited Molly and told her what I had been through. She laughed and told me I was still very young.

“Sexually, everybody is a capitalist, my young Marxist friend”, she said.
I thought about that for a while and decided it was the truth. I swore to the new ideal of fighting sexual capitalism in the hearts of women. After this I dropped my pants and fucked the whore in her snatch. It seemed like the right thing to do.

vrijdag 2 juli 2010

De herontdekking van de Huwelijkstrouw

“If the emotivism doesn’t come to the mountain, the mountain will have to come to the emotivism.”
A.J. Ayer, 21th of october, 1986, at night, drunk as a bat.

Martinus Plantmeester zat met Quartier Lagaffe op een terras aan de Leie van een Sex on The Beach te nippen. Toen Quartier die ochtend om half tien opstond was het al snikheet en het had hem aldus wel een goede dag om te zuipen geleken. Daarom had hij Martinus gebeld, die maar wat blij was geweest om zijn zompige hok en zijn kijvende bejaarde vrouw even te kunnen verlaten. Martinus dronk zelden alcohol, maar hij maakte die dag een uitzondering. Hij wilde zijn vriend immers niet generen door, bijvoorbeeld, van een fruitsap te sippen terwijl er zoveel mensen passeerden. Met een man gezien worden die fruitsap dronk was voor een beroepsalcoholicus als Quartier onverdraaglijk.

“Hete neukklare meiden van 28”, zo beschreef Quartier de doorsnee passant aan Martinus, “net van school, al wat teleurgesteld door het echte leven en met een anus en kut die druipen van de neukbereidheid.” Na een aantal minuten nauwgezette observatie kon de werkelijkheid Martinus alleen maar teleurstellen. “Nu ja, de doorsnee leeftijd lijkt me toch iets hoger te liggen”, zei hij nadenkend. “Er is geen berg ter aarde die te oud is om te beklimmen!”, riep Quartier daarop en hij bedacht dat hij zich goed aan het amuseren was. “Mijn vrouw is veel te oud”, zei Martinus, “maar ik denk niet dat ze ooit een berg geweest is, eigenlijk.” “Wie?”, vroeg Quartier verstrooid, waarna hij zijn trappist tot de bodem leegdronk. Er passeerde een groep bejaarde Japanse wijven, wat hen allebei even afleidde. Hierna bestelde Quartier voor zichzelf nog een trappist. Martinus dronk veel trager, maar vroeg toch ook nog iets om te drinken, deels uit schaamte, deels uit verveling.
“Ik ben mijn vrouw altijd trouw gebleven”, zei hij, “ik ken haar nu al 36 jaar en ik heb in die hele tijd geen andere vrouw aangeraakt.” Hij dronk zijn resterende sap met enige moeite uit en nam het nieuwe glas bij de hand. Zijn blik bleef rusten op de dijen van de serveerster.

“Wie?”, vroeg Quartier.
“Wat?”, vroeg Martinus.
“Over wie had je het daarnet?”
“Over Trudy, mijn vrouw”, zei hij.
“Ha, die”, zei de ander, “dat is mooi.”

Martinus haalde vertwijfeld zijn schouders op.

“Vind je dat mooi?”, vroeg hij, “Ik weet het niet. Onlangs lag ik in mijn bed, met Trudy rustig ademend naast me en dacht ik “Waarom is het zo goed om dit vrouwmens trouw te zijn?” Er zijn geen wetten die je verbieden om je vrouw te bedriegen en als je het goed weet te verhullen zal ze er geen last van ondervinden. Waarom zou je het dan niet doen? Het moet best wel aardig aanvoelen om zo’n stoot te neuken.” Zijn woorden maakten hem aan het lachen. Het was een zenuwachtig en schril gegrinnik dat meer op de doodskreet van een paard dan op een lach leek. Quartier Lagaffe haalde op zijn beurt zijn schouders op en zei dat hij het niet wist, aangezien hij geen vrouw had en hij zich niet kon voorstellen dat hij ze met respect zou behandelen mocht hij er wel één gehad hebben. “Ik had wel een hond, ooit”, zei hij.

“Dat is nauwelijks hetzelfde”, zei Martinus, waarna hij opnieuw zenuwachtig lachte. Daarna zwegen ze en dronken ze tegen een hoger tempo door.

“Het voordeel van huwelijkstrouw is wel dat het zo weinig planning vergt”, zei Quartier met een dubbele tong, “Geen gedoe met dubbele agenda’s en verborgen motieven, geen verhalen te synchroniseren en geen geheime bankrekeningen te verstoppen. Geen zuigplekken en venerische ziektes. Gewoon de sluipende saaiheid van alle dagen. Haar verleppende borsten en haar afgezaagde zinnen. Haar bezorgdheid over de kinderen en de lampions van de buren. Haar domme plannen om een burgerlijk avontuur te gaan beleven. Niet leuk, maar er zijn wel ergere dingen.” Hij nam zijn glas in zijn hand en keek erdoorheen, naar de ondergaande zon. Ze waren echt al uren aan het drinken, intussen. “Ik kan me momenteel weliswaar niets ergers voorstellen”, zei hij.

“Ik ook niet”, zuchtte Martinus, “maar dat zal je me nooit horen toegeven.”
“Het omgekeerde standpunt lijkt me ook perfect mogelijk”, zei Quartier.
“Dat komt doordat je geen vrouw hebt”, zei Martinus.

“Misschien moet je er weer wat vuur inblazen, in je relatie. Martin, ga naar huis en vrij nog eens met je vrouw. Blaas haar wereld omver. Doe alsof je weer jong bent. Misschien, als je hard genoeg probeert ga je er zelf wel in geloven.”
“Ik zie niet in hoe”, zei Martinus.
“Je moet het zien als een vorm van seksueel fictionalisme. Het is niet echt spannend, maar als je doet alsof wordt het misschien wel spannend.”
Martinus overweegde het plan van Quartier. Zijn vrouw had de afgelopen jaren alles geprobeerd om hun seksleven weer leven in te blazen. Warmwaterbaden, Zweedse handpompen, chocolademassages, zweepjes en tonnen expliciete en ranzige porno. Niet had geholpen. Het had allemaal niets geholpen omdat zijn vrouw zijn vrouw bleef, ook al hing ze dan vol met chocolade en had ze een vibrerende banaan in haar pruim. Als hij gewoon Trudy haar identiteit weg kon werken zou het plan van Quartier kunnen werken. Hij probeerde zich voor te stellen hoe het zou zijn om met zijn vrouw te neuken als hij ze niet zou kennen. Dat was wel nog aangenaam, bleek tot zijn verrassing.
“Weet je. Misschien doe ik het wel”, zei Martinus uiteindelijk.

Hij dronk zijn cocktail in één teug uit, zei gedag tegen Quartier en ging naar huis. Hij stond net iets minder stabiel op zijn benen dan enkele uren voorheen, maar hij had nu wel een nieuwe zelfverzekerde fake geilheid die hem voortdreef. Toen hij thuiskwam trof hij Trudy in een diepe slaap aan. Hij maakte geen aanstalten om echt met haar te vrijen. In plaats daarvan vree hij met zichzelf en beeldde hij zich in dat zijn vrouw met hem meedeed. In zijn fantasie had ze een andere haarkleur, een andere huidskleur en kenden ze elkaar nog maar net. Hi noemde haar Jolanda. Hij liet haar alle hoeken van de kamer zien, fictieverwijze. Uiteindelijk kwam hij klaar op zijn buik, die bij nader inzien het simulacrum van haar vagina bleek te zijn. "Dat seksueel fictionalisme is een gouden vondst", prevelde hij en hij sliep in met een glimlach op zijn gezicht. Hij vond dat ze het in geen jaren nog zo lekker hadden gedaan.

Quartier dronk nog een aantal trappisten, zette zich recht en mompelde iets over de kont van de serveerster, die hem meewarig glimlachend aanhoorde. Toen hij thuiskwam was hij zo dronken dat elke mogelijke eenzaamheid uit zijn hoofd was verdreven. Hij droomde dat hij trouwde met een 28-jarige vrouw en dat hij tijdens de huwelijksnacht merkte dat haar kut was dichtgegroeid. Hij werd badend in het zweet wakker en wenste dat er iemand was om zijn verhaal aan te vertellen. Hij vloekte, luisterde even naar het weergalmen van zijn eigen stem en legde zich opnieuw te slapen.

donderdag 24 juni 2010

Drie oraal-genitale ontmoetingen.

“Melancholy took hold of my soul tonight
In the sterile light of my cozy television set
A new load for the semantics of feeling blue,
My tears electric, my potato chips, outside
The emptiness at the bottom of my garbage can.”

2 AM, going to bed after watching a zombie flick

“Ik betrapte je, kloppend op mijn kelderdeur,
Ik hou van je lief, geef me toch wat meer.”

Neil Young, The needle and the damage done.

De stilte van de muren werd me te veel en ik ging de deur uit met een erectie, naar de winkel om groenten en vlees te kopen. Op het voetpad kwam ik een vriendin tegen, een knap blond ding. Helaas had ze een grote voorliefde voor belachelijk lange verhalen over oninteressante onderwerpen als haar persoonlijk geluk en de smerige laagte van de mannelijke psyche. Het feit dat ikzelf ook een man ben ontging haar daarbij op één of andere manier volledig. Ze had geen slap benul van mijn opgewonden staat en terwijl ze doorraasde over één of andere breuk met één of andere vent die ze beweerde graag te zien of gezien te hebben beeldde ik me in dat ze op haar knieën ging zitten en met haar mond mijn penis uit mijn broek viste. Ze deed dat met enige toewijding en ook met een handigheid die alleen maar te bewonderen viel. Ik fixeerde mijn blik op haar lippen en liet de rest van haar gezicht naar de periferie verdwijnen. Ze perste een constante stroom van verbale drek door de twee lieflijk rode lapjes vlees, wat toch wel echt zonde was en ik vond dat een geslepen jurist haar een proces moest aandoen wegens onkundig gebruik van kostbare goederen. Toen ze haar verhaal beëindigde bleef ik maar wat stom staan grijnzen en naar haar staan staren. Ik voelde dat er een reactie van me verwacht werd en zei uiteindelijk “ja dat is wel erg”, wat haar een gepaste reactie leek en haar noopte tot afscheid nemen, omdat ze nog veel moest doen, zoals ze zelf beweerde. Knappe verpakking van een voor het overige volstrekt oninteressante vlakke geest. Ik had plots erg veel zin om varkensvlees te eten, misschien doordat mijn brein haar gehakketak met het krijsen van een zeug associeerde, misschien omdat varkensvlees best lekker kan zijn. Wie zal het zeggen?

Toen ik aan de koelschrijnen met de ettelijke kilo’s kapotgesneden beest stond wist ik niet goed hoeveel grammen vlees ik precies diende te nemen en ook niet of ik best een kotelet of een ham of zoiets nam. Naast me stond een vrouw met een hoofddoek op haar hoofd met soortgelijke problemen. Ze nam dan eens een stuk in cellofaan en piepschuim verpakte ham, keerde het pakje om en om, legde het terug en nam dan een ander stuk, dat ze ook aan een nauwkeurige inspectie onderwierp. Dit ritueel herhaalde zich een tiental keren gedurende een vijftal minuten. Ikzelf stond vertwijfeld voor me uit naar het vlees te staren, zonder het evenwel aan te raken. De vrouw merkte mijn door overvloed veroorzaakte crisis op en glimlachte me solidair toe. Haar zwarte wenkbrauwen weken door het geweld van haar meelevende huid en haar doekje bewoog mee met haar voorhoofd. In haar mond grijnsden drie gouden tanden me aan. Ik vroeg me af of haar lippen ooit het donkere lid van een Perzische man beroerd hadden. Ik beeldde me in dat ze helemaal naakt voor me stond op haar kapje en een duchtige bos roetzwart schaamhaar na. Ik heb altijd gevonden dat schaamhaar iets bijna onverdraaglijks intiems heeft, veel minder erotisch dan een kale foef maar zoveel persoonlijker. Een berg van geuren, doordrenkt met urine en vaginale vochten, een toefje tabak dat een kut persoonlijkheid en cachet geeft. Ik ging op mijn knieën zitten en drukte het schaamhaar tegen mijn kin en bovenlip, als een welriekende snorbaard. De vrouw kreunde en steunde tot ze schreeuwend en bijna zingend tegen mijn gezicht klaarkwam.

Na een lange deliberatie koos ze een aardig stel varkenskoteletten, stak ze in haar gevlochten tas en slefte ze glimlachend weg. Varkenskoteletten waren een zonde voor haar, wellicht. Maar wel lekker.

Als ik alleen ben of als ik ’s nachts wakker lig denk ik aan seks, aan kansen op seks en aan de oneindige triestigheid van alle dagen. Soms denk ik aan mensen die aan de andere kant van de wereld uitgebuit worden, maar het maakt me nooit aan het huilen. Het abstracte leed van onbekende mensen heeft een grote komische waarde. Het kan me eigenlijk allemaal niet veel schelen, gezondheid, werk en liefde, wat dondert het ook, alles is van voorbijgaande aard en alleen dwazen scheppen geluk uit de triomf van de vluchtige materïele overwinning op de alles verpletterende krachten van de natuur, maar ik zou graag hebben dat het allemaal wat minder triest aan me verscheen. In Anna Karenina van Tolstoj sterft een man in een kamer in een ziekenhuis in Rusland. Het is een vreselijke scene en Tolstoj heeft de gave om een banaal gegeven als het sterven van een man op zo’n manier te beschrijven dat je tussen de lijnen door het metaforische schijt bijna van de muren voelt druipen. Zulke scenes lezen is een vreselijke beproeving en hoewel het kunstmatig is voelt het veel erger dan het echte leed op de aarde. Het gevoel kruipt in je huid en blijft er dagen, maanden en jaren hangen. Te veel romans lezen is nergens goed voor, en dictators laten de literatuur met recht en rede verbranden en verbieden. Door de juiste accenten te leggen, met de juiste effecten en de juiste fraseringen moet het mogelijk zijn om je hele leven lang niets dan vrolijke triomf te voelen, zelfs in vreselijke omstandigheden. De grote verhalen zijn dood, maar het simulacrum leeft, lang leve het simulacrum.

De kassierster leek me nog een erg jong meisje te zijn, zo van de schoolbanken geplukt. Ze had een vreselijk regioneel accent, maar als ze even niet sprak leek ze wel aardig en best wel neukbaar, ook. Ik stelde me voor dat ze geen sprietje schaamhaar had en tevens een gladde vrolijke venusheuvel die altijd naar zeep ruikt.
Haar buccolische onschuld voerde me weer ver van de supermarkt, met zijn muzak en zijn steriele liefde voor de macht van het bekend. Ik leek zo langzamerhand wel een personage uit een boek van fucking Marcel Proust.

We lagen met onze naakte lijven in de goud-paarse velden van de Provence. Ze was mijn lief en ze vond alles wat ik deed geweldig. Ze nam mijn erecte lid in haar mond en het maaktr niet uit dat ik het niet gewassen had. Onze geuren waren een integraal en geweldig deel van onze seksuele beleving. Ze slikte mijn sperma in en ik bleef je kut voor uren penetreren. Soms stak ik hem in haar kont of gaf er haar liefdevolle tikjes tegen haar kaak mee. We zoende en knuffelden en neukten en lachten. Daarna was er een discussie in de nacht, en gehuil, gejammer, en dan ik met mijn andere hoeren. Behaagzieke ik, erotomane ik, ongelukkige ik en ik gaf er geen kloten om. We sloegen aan het vluchten, onze idylle was doorbroken. Niemand leek er iets om te geven, wijzelf incluis.

Kelly, Donna of Patsy vroeg me om drie euro en nog wat voor de koteletten en de appelmoes (met brokken). Ik gaf het haar graag, want het ene plezier is het andere waard. Op weg van de winkel naar huis merkte ik dat mijn erectie ergens onderweg was verdwenen. Het was half zeven en de lauwe avond droeg de belofte van niets speciaals in zich. Ik deed mijn voordeur open, keek even over mijn schouder en verdween in een massieve muur van stilte.

maandag 21 juni 2010

Op dertig, een half leven en verloren.

Ik herinner me alles. Haar beste tijden, haar slechtste tijden, haar sigaret om twaalf uur en haar clandestiene shagje om half elf. Haar kraaienpoten en haar grote borsten, haar fierheid en haar gemeenheid. Best van alles herinner ik me haar geur en haar aanwezigheid. Ik herinner me haar geschoktheid toen ik haar zei dat ze saai was, in bed (een leugen). Ik herinner me bijna niets van onze gesprekken. Wat nog maar eens bewijst dat al dat geleuter tot geen kloten dient en dat een mens beter ten allen tijde zijn smoel kan houden. Ze was, kortom, een wijf dat de duivel nog naar de hel zou sleuren, als hij er al niet zou wonen. Wat een wijf.

In het gezegende jaar 2002 was Twijgje één van mijn beste vrienden. Een allerbeste kerel met een hart van peperkoek en een gelaat zo lang als dat van een paard. Als je wat geld nodig had kon je altijd op Twijgje buigen om je te voorzien van wat fondsen. Als je niets te neuken had stelde hij je voor aan een paar gewillige scheuren en als je honger had ging hij met je eten. Dat was meestal pita of een pakje frieten, op zijn best. Een erg gesofisticeerde smaak had hij niet, maar dat donderde niet. Ik had ook geen gesofisticeerde smaak en wie me kent weet dat ik altijd een plattelandsjongen ben gebleven. Dood aan al die veelkinnige vetzakken die nog geen kip het hoofd af zouden kunnen rukken, maar wel zeven soorten foie gras herkennen als ze daarnaar gevraagd worden. Op een dag stelde Twijgje me aan haar voor. Laat ik haar Moira noemen.

Nu had Twijgje een enorm uitgebreid netwerk van potentiële neukpartners uitgewerkt, een roze kluwen dat hij schematisch in een klein zwart notitieboekje bijhield. Hij had ook een romantisch hart en een gevoelige ziel, zoals alle mannen die er maar wat op los neuken. Dat een verstokte vrouwenjager een romanticus kan zijn is iets wat de meeste naïeve scheuren nog na tien klappen op hun kop niet begrijpen. Twijgje neukte aan de lopende band, soms loodste hij er twee, drie of soms vier één voor één of tegelijk in zijn kleine hok binnen om ze op zijn stoffige matras kapot te pezen. Wij, zijn vrienden, begrepen niet hoe hij het voor elkaar bleef krijgen, maar hij kreeg het voor elkaar. Later, veel later is Twijgje getrouwd met een blonde wat dommige kassierster die hij in haar reet mocht nemen en waar hij om één of andere reden aan vast was blijven hangen. Ze hebben twee kinderen en hij is een braaf mannetje gevonden. Toen ik hem een keertje op straat tegenkwam sprak hij met een traan in zijn ogen over de gouden tijden van vroeger. Stomme kakker. Voor mijn part mogen ze hem zo begraven.

Maar in die tijd was hij nog een klerelijer van een vent die geen poes kon ruiken zonder ze te willen aaien. Toch zweerde hij dat zijn liefde bij één mokkel lag, een zekere Moira. Ze was een goudbruin, diktietig mokkel met een ingeboren liefheid die elk mannenhart deed smelten, als we Twijgje mochten geloven. Hij hield ze met enige hardnekkigheid voor ons verborgen omdat hij bang was dat we haar onder zijn ogen zouden wegkapen.
Vooral van jou heb ik schrik, Frank, ik zou je nog niet met mijn moeder alleen laten, zei hij op een keer. Ik verzekerde hem dat hij van mij niets te duchten had en dat ik zijn mokkel met het nodige respect zou behandelen. Van je moeder weet ik het niet natuurlijk, zei ik, want als ze op jou lijkt is dat wel een uitgelezen kans om mijn beste vriend eens te neuken. Dat lijkt me interessant.
We lachten nog wat en probeerden twee blonde mokkels die in de schijn verkeerden dat ze r&b-danseressen waren te versieren. De ene had een geweldig stel heupen en het was moeilijk om niet zo af te gaan als ze met haar kont tegen je aan kwam schurken. Uiteindelijk ontploften onze plannen echter in ons gezicht en de mokkels gingen lichtelijk geschoffeerd weer naar huis waarna we ons lazarus dronken en allebei naar dezelfde prostituee gingen. Het wijf wilde ons niet allebei tegelijk binnenlaten dus liet ik Twijgje na wat dronken geharrewar voorgaan en wachtte een kwartier op hem tot hij klaar was. Toen ik bij haar naar binnen ging kon ik alleen maar aan Twijgje met zijn vuurrode paardengezicht en een druppel kwijl op zijn lippen denken, waardoor ik mijn poeier natuurlijk niet kon verschieten. De hoer duwde me na tien minuten van zich af.

De eerste maanden van 2002 verliepen als een serenade van dronkenschap en hoererij en voor we het wisten stond de lente voor de deur, waardoor we onszelf genoopt zagen tot nog steviger zuipen. Na een tijd wist ik niet goed meer wie ik was. Ik kwam meestal om drie uur uit mijn bed, voelde me een uur intens triestig en huilde in de douche. Daarna trok ik mijn kleren aan en trok ik naar Twijgje of naar de Jood, een andere vrij stevig drinkende vriend van me. Na drie pilsjes was alle tristesse verdwenen. Dank je god.

De jood klaagde meestal een heel stuk door over allerlei dingen van de economie (interesseerde me niet), politiek (idem), tot zijn gezondheidsproblemen en wijven. Het waren onderwerpen waarover hij geen zak te vertellen had. “Weet je Frank”, zei hij op een keer, “eigenlijk zou ik gewoon wat meer te neuken willen hebben.” Ik had geen idee wat ik daar op diende te zeggen maar bedacht dat hij het eeuwige mysterie van het manzijn wel heel prozaïsch wist te verwoorden. Hierna begon hij een lang en vervelend pleidooi over waarom en hoe het leven meer was dan neuken alleen. Het sloeg op niets, er was werkelijk geen touw aan vast te knopen. Het was in die omstandigheden dat Twijgje einde maart 2002, toen de dooi net was begonnen, plots met Moira in het groezelige hok van de jood stond. Ik zag meteen dat hij niet gelogen had. Ze was een ondeugend kijkende gebruinde meid die zo uit een pornofilm van topklasse gelopen leek te zijn. Ze gaf ons allebei een zoen en ik kon meteen aan de Jood zijn kop en uitpuilende oogbollen zien dat hij een stijve had. Twijgje zag het ook en hij gaf hem een harde klap voor zijn kop, waarna de Jood ons pisnijdig uit zijn hok smeet. Wat een kankertrut, zei Moira. We lachten. Toen ik mijn ogen even van haar kon losrukken zag ik Twijgje vertederd naar haar kijken. Dat loopt verkeerd af, dacht ik. Ik kreeg al vlug gelijk.

Tot mijn grote verbazing zag ik Twijgje na de ontmoeting met Moira enkele weken niet meer. Ik ging naar zijn kamer maar niemand deed open. Ik vroeg aan de Jood of hij hem gezien had, maar hij had het te druk met één van zijn vele plannetjes om rijk te worden en daarna veel wijven te neuken. Ik vroeg aan nog een aantal gemeenschappelijke vrienden of ze hem gezien hadden, maar de klootzak leek in rook opgelost te zijn. Na een paar dagen staakte ik mijn zoektocht en focuste me op belangrijker dingen, zoals de ene belachelijke filosofiepaper na de andere schrijven en elke dag een halve liter rum drinken. Drie weken na zijn verdwijning stond de Jood plots op mijn drempel. Hij nam me bij mijn kraag en schreeuwde vrij hysterisch. Je moet meekomen, zei hij, waarop ik hem al begon weg te duwen. Twijgje ligt in het ziekenhuis, hij wilde zichzelf iets aandoen, zei hij toen hij zag dat ik erg geïrriteerd was. Mijn geagiteerde greep verslapte. Is het dat wijf, vroeg ik. Ja, zei de Jood, het is dat wijf.

Hij lag aan drie of vier machines gekluisterd, de arme stumper, en door het biepen en blazen van de machines heen konden we zijn gestommel nauwelijks verstaan. Zijn moeder stond aan zijn bed met tranen in haar ogen en ik moet zeggen dat ze erg goed op Twijgje leek. Ze had een lang paardengezicht zoals haar zoon en een serieuze bos blonde krullen. Ik beeldde me in dat ze een fikse bos schaamhaar had. Ik voelde me vrij gegeneerd dat mijn beste vriend daar in dat bed lag, met een gezicht als een marmeren toonbank en ik vroeg snel wat er gebeurd was. Uit het gefluister kon ik opmaken dat Moira hem meer en meer was beginnen wegstoten tijdens de dagen na onze ontmoeting. Twijgje had daarop alle andere wijven opgegeven en was haar als een maniak achterna beginnen te lopen. Toen hij haar op een avond met een andere vent zag flirten waren zijn stoppen doorgeslagen. Hij ging de kerel te lijf met een fles, maar misrekende zich en ging met zijn smoel tegen de vloer. Toen hij bijkwam lag hij met een gat in zijn buik in een steeg te bloeden. Met zijn laatste krachten kon hij de straat opkruipen en daar heeft iemand de ambulance voor hem gebeld. Ik wou godverdomme dat ik dood was, zuchtte hij, waarop ik zijn ontroostbare moeder hevig snikkend in mijn armen diende op te vangen. Iedereen wou dat je dood was, klerelijer, grapte ik, maar het sloeg niet aan. Hij stuurde zijn moeder en de Jood weg en vroeg me om vlakbij hem te komen met mijn gezicht. Ik deed wat hij vroeg en hij rochelde in mijn oor dat ik Moira op moest gaan zoeken en haar op andere ideeën diende te brengen. Ik kon niet anders dan de arme stumper helpen, ook al werd het mijn godverdomde dood. Vervuld van zelf-glorificerend altruïsme verliet ik het ziekenhuis. Ik vond dat ik wel een whiskey verdiend had, twee wellicht.

Ik belde Moira op en sprak met haar af in een bar in het centrum, zo ergens rond het schemeruur. Ik kwam een half uur te vroeg in de bar toe, bestelde mezelf een rum-cola en ging aan een tafel in de hoek zitten. Er was niemand anders in de kroeg, behalve een professionele alcoholicus van een jaar of vijftig en de barman. Moira kwam een half uur te laat binnen. Ze droeg de hoerigste rok die ik in mijn leven al gezien had, inclusief bij hoeren. Het ding was bijna doorschijnend en zo kort dat je constant een stuk van haar bilspleet kon zien. Het had ook een split waardoor het eerder leek op een indianentanga dan op een rok. Ze kwam rechtover me aan het tafeltje zitten en begroette me met een vrolijk ‘hoi’. Haar kleren contrasteerden enigszins met haar bijna angelische snoetje en snoezig uitgesproken woorden. Nu kreeg ik het absolute schijt van al die wijven die zich kleedden als de sekstsarina van feodaal Rusland en ondertussen in woorden en daden veertienjarige meisjes met een angst voor éénogige slangen waren. Maar zo was het niet bij haar, ze combineerde een totale onschuld en goedhartigheid met de meest verregaande en vuige seksuele bevrijdheid. Ze hoefde hier niets van inspanning voor te leveren. Overal waar ze kwam gingen de gulpen en de harten open. Ik zei ‘hoi’ terug, maar het klonk als een ezel die op de cello wilde leren spelen. Ik vroeg haar of ze het wist van die stumper van een Twijgje. Ze scheen het een vervelende vraag te vinden, of ze begreep me niet, ze antwoordde er alleszins niet op. Ik zei haar dat hij helemaal opengesneden en creperend in het ziekenhuis lag en dat hij aan mij gevraagd had om met haar te praten. Ze haalde haar schouders op. Daar weet ik niets van, zei ze. “Al wat hij gekregen heeft hij verdiend.” Ik haalde ook mijn schouders op, gemesmeriseerd door haar, een vreemd wezen met een string en dikke bollen. “Is dat de enige reden waarom je hier bent? Om over Twijgje te praten”, vroeg ze. "De stumperd", zei ik nog eens en daarna gaf ik toe dat het niet de enige reden was.

We gingen naar haar kamer, kleedden ons uit en neukten voor een uur. Daarna bestelden we pizza, aten die op en neukten nog een keer voor een uur. Hierna vielen we in slaap, naakt en in elkaars armen. Het was godverdomme geweldig.

Toen ik de volgende dag laat in de middag wakker werd was ze weg en een gevoel van totale mensonterende paniek overviel me. Ik kreeg het gevoel dat ik haar onmiddellijk diende te spreken of dat alles anders verloren zou zijn. Ik toetste haar telefoonnummer in, wist me echter te bedwingen en kleedde me aan. De rest van de dag was een helse beproeving. Ik ging gedesoriënteerd en depressief slapen.

De volgende dag werd ik gewekt door geklop op mijn deur en voor me stond Moira, schattig als een schuurtje, in een ultrakort jurkje en met een vastberaden geile blik in haar ogen. Ik duwde haar op het bed, schoof haar jurkje naar boven, deed haar slipje uit en draaide haar op haar op buik. Daarna hengste ik mijn steenharde fluit in haar lijf. We neukten voor een uur, gingen even wandelen en wat drinken en neukten daarna weer voor een uur. We vielen weer naakt in elkaars armen in slaap. Toen ik wakker werd was ze er gelukkig nog. Ze mompelde iets onverstaanbaars over stoppen met roken en stak een sigaret op. Toen het twaalf uur was stak ze er nog één op en daarna vertrok ze, zonder al te veel te spreken. Gerustgesteld door de gedachte dat ze wel zou terugkeren voelde ik me deze keer niet zo verloren, maar dat gevoel kwam snel terug. Toen het avond werd wist ik al niet meer wat te doen.

De volgende weken verliepen ongeveer in dezelfde teneur en het was vast door mijn grote vastberadenheid om haar zelf nooit te contacteren dat ze zo lang naar me bleef terugkomen. Onder haar schattige smoel zag ik in Moira een seksuele predator die elk teken van affectieve afhankelijkheid onverbiddelijk afstrafte. Ik voelde dat en ontweek hardnekkig het onafwendbare. Ik wist, of dacht te weten, dat zij er ondertussen met andere mannen op los neukte, dat ze haar benen geil spreidde terwijl ik er niet was. De gedachte dreef me zowat tot waanzin.

Na twee weken kwam Twijgje uit het hospitaal. Hij zocht me meteen op en vroeg me of ik iets van Moira gehoord had. Ik zei hem dat ik niets van haar gehoord had. Hij bleef me maar uitvragen maar ik loste niets. Hij vroeg me of ik niets wilde gaan drinken en wat grietjes wilde gaan versieren maar ik wimpelde zijn voorstel af. Ik was bang dat Moira tijdens mijn afwezigheid aan mijn kamer zou komen aankloppen. Hij vertrok.

Moira bleef echter afwezig en na een week van eenzame opsluiting besloot ik om toch weer het leven in te duiken. Ik verliet mijn kamer en ging ergens in een schimmige kroeg aan de bar zitten. Ik keek na een biertje even over mijn schouder naar een erg lawaaierige tafel. Tot mijn verbazing trof ik Moira er aan in het gezelschap van een viertal mensen, waaronder een blonde kerel die met zijn arm over haar schouder zat. Hij had witte tanden en bruine spieren en hij leek me één van die rijkeluistypes die alleen maar over zeilen en met sportwagens rijden konden praten. Ik ging aan hun tafel staan en tikte tegen mijn hoofd, alsof ik me aanmeldde voor militaire dienst. “Hey Moira”, zei ik. Snobjongen keek me aan alsof ik uit pure mest gemaakt was. Moira zei geen woord en bleef gewoon lachend naar me kijken, alsof ze me voor het eerst zag. “Ken je die gast”, vroeg de blonde kerel, waarop ze haar schouders ophaalde. Mijn hart zakte in mijn schoenen en ik had zin om hem een geweldige klap tegen zijn kop te geven, maar ik beheerste me en tikte weer tegen mijn hoofd, waarna ik wegging. Die avond pikte ik in een andere bar een blondje op en neukte haar op mijn kamer helemaal suf. Toen ik klaarkwam riep ik Moira. Dat vond het blondje niet amusant.

Een paar dagen later merkte ik toen ik op mijn kamer terugkwam dat er iemand een brief onder mijn deur had geschoven. Het was een brief van Twijgje. Hij schreef dat hij wist dat ik met Moira geneukt had, dat hij het niet kon bewijzen maar dat hij het had gemerkt, had gevoeld toen hij bij me in mijn kamer was. Hij schreef ook dat hij geen vriend meer van me kon zijn, want dat hij elke keer dat hij me zou zien de neiging om me het hoofd in te slaan zou moeten bedwingen. Ik plooide zijn brief samen, dronk een whiskey en bedacht dat de vriendschap een broos en onvoorspelbaar gegeven was. Twijgje missen was een zonde, maar ik besloot om geen spijt te hebben, want ik dacht dat de liefde, zelfs als ze ongelukkig was, alles rechtvaardigde. Hoe jong en dwaas was ik.

Wat Moira betreft, haar zag ik nog één keer terug. Een week na de ontmoeting met de blonde knul in de bar klopte ze in het midden van de nacht op mijn deur. Ze keek droef en week en lief en ik nam haar in mijn handen. Ik wilde haar vragen of hij haar minnaar of haar verloofde of iets anders was, of ze op één of andere manier afhankelijk van hem was maar ik zweeg maar. We neukten en hielden elkaar vast. Op het einde huilde ze. Haar warme naakte lijf schokte van de tranen in mijn armen en ik kon niets anders doen behalve haar vasthouden. Een mens is een armzalig niet-communicatief wezen als het zijn tong niet mag gebruiken en een sputterende ramp als het dat wel mag. Toen ik de volgende middag wakker werd was ze een sigaret aan het roken en glimlachte ze alweer. Ik vermoed dat er ergens iets aan haar was dat ik niet begreep, een droevigheid die ze voor iedereen verborgen hield, om redenen die ik ook niet kon vatten. Ze wreef over mijn haar gaf me een zoen en vertrok. Deze keer voor altijd.

Ik zag haar niet meer terug. Het was alsof ze van de aarde verdwenen was. Bepaalde mensen in de stad wisten te vertellen dat ze met die blonde jongen naar Nieuw-Zeeland was vertrokken. Ze zeiden dat hij een bekend surfer was en dat hij tonnen geld verdiende in de Oceanische branding. Ik wist niet wat ik ervan moest geloven.

Na een paar maanden vond ik een nieuw meisje waar ik nog een beetje gek op was en sporadisch liep ik ook de Jood nog tegen het lijf. Ik stond vaak met Twijgje in dezelfde bar, maar we spraken niet meer met elkaar. Na een tijd verdween hij volledig uit mijn leven en ik uit het zijne. Na jaren liep ik hem tegen het lijf en vertelde hij me dat hij getrouwd was met een kassierster. Maar toen was hij Twijgje al niet meer.

Ik trouwde en scheidde en trouwde weer en ik neukte erop los, maar niets bereikte de extatische toppen van mijn vrijpartijen met Moira. Nergens en nooit scheerde ik nog zo hoog en was ik zo gelukkig als tijdens de momenten dat zij naar me keek, als toen ik bij haar was en haar penetreerde. Mijn leven is een dwaze afspiegeling van het verleden en ik voel me nu al te oud om ooit nog eens iets te beleven. Ik wou dat ze toen bij me was gebleven, want ergens weet ik dat ze een luchtspiegeling was, te mooi en te sterk om echt te blijven. Als je maar lang genoeg blijft hangen wordt elk stuk een blijspel. Ze is niet lang genoeg gebleven om de zeepbel te kunnen doorprikken en daardoor is mijn leven nu, in de bloei van mijn dertiger jaren, afgelopen. Op dertig, maar een half leven ver, en verloren.

donderdag 3 juni 2010

Diefstal legerbasis breidt zich uit.

“Het zou wel kunnen dat de dieven een kernkop mee hebben, ook. Maar het is echt maar een kleintje.”

(11:19, Brussel) Woensdagochtend stalen dieven zware oorlogsmunitie uit het munitiedepot van de militaire kazerne van Leopoldsburg. Volgens de eerste berichten waren er enkel anti-tankraketten en oefengranaten gestolen. Op een persconferentie in zijn tuin gaf de minister van oorlog echter toe dat er wellicht meer aan de hand is.

Op een vraag van een journalist van The Guardian zei de minister dat “het wel zou kunnen dat er iets meer gestolen is dan wat raketjes.” Op vraag van een andere journalist gaf de minister toe dat “er wellicht een kernkop gestolen is.” Hij voegde eraan toe dat het wel ging om “een kleintje” en dat de dieven wellicht toch niet weten “hoe hem te gebruiken.” Op de vraag wat er zou gebeuren als de dieven toch zouden weten “hoe hem te gebruiken” wenste de minister geen commentaar te geven.

Welke maatregelen er worden genomen om de dieven op te sporen is niet bekend. De minister verklaarde echter dat er alles aan werd gedaan om de daders bij de kraag te vatten “echt waar en ik mag dood gaan als het niet zo is.”