woensdag 16 juli 2008

Nog even en het is alweer 21 juli.

Wij hebben, in alle eerlijkheid, geen zin om erover te lezen en geen lust om er nog bezig mee te zijn, met die hele communautair geïnspireerde nationale crisis, of hoe je deze impasse ook dient benoemen. Maar omdat velen onder jullie dit weekend op fattenfeesten onder het vreten van walgelijk veel beluga-kaviaar, het drinken van sloten Bourgondische wijnen en het uitslurpen van dozijnen oesters toch een mening wensen te verkondigen zal jullie opiniemaker hier zeer summier vertellen wat jullie moeten denken.

Ten eerste, wat de politieke clowns van de Standaard ook beweren, het ontslag van onze lieve eerste minister is niet onverwacht, schokkend of ook maar enigzins interessant. 15 Juli was de deadline waarnaar Yves was verwezen na de loodgieterstruuks van de afgelopen maanden. Was er werkelijk iemand die dacht dat de slappe en ongeïnspireerde figuur Leterme aan het hoofd van de slappe en ongeïnspireerde interimregering, want meer was er nooit, de problemen die al sinds het vastleggen van de taalgrens in 1962 bestaan gingen oplossen? Ik niet alvast. Dus fuck you Guy Tegenbos, als je beweert dat er ook maar iets onverwachts is aan het opstappen van Leterme kan je beter houthakker worden in Vancouver. In Canada, toch een zeer wijds land, is er naar verluidt plaats genoeg voor je egogereide en onnozele uitlatingen.

Ten tweede, in onze media vertelt men dat buitenlandse kranten die onze problemen niet begrijpen een tendentieuze versie van de feiten brengen. Oh ja? Laten we dat eens bekijken.
In de Guardian lees ik als titel; "Belgium goes to war with itself". Nogal sterk verwoord, maar wel accuraat.
Dan; "This is not about linguistic but deep-rooted cultural, economic and political differences in a country that was a proponent of a united federal Europe. Flanders, home to 6.5 million , has surpassed Wallonia, home to 3.5 million, in terms of economic output over the past 20 years and can boast a GDP per head of 124% of the EU average compared with just 90%. Its modernised "creative" economy generates 65% of Belgium's GDP."
Lijkt me behoorlijk hard te kloppen. Als je hier in België zelf dergelijke dingen zegt wordt dat natuurlijk onmiddelijk afgeschilderd als Vlaams-nationalistische slander. Maar een waarheid is, hoe je ze ook draait of keert, een waarheid en cijfers liegen niet, zoals het adagium gaat.

Willen we liever sofisme in plaats van waarheid? In de Standaard vandaag vertelt Cd&v boegbeeld Marianne Thyssen:
'We zoeken nu naar een formule waarin we ons ervan kunnen verzekeren dat er een sociaal-economisch beleid kan worden gevoerd, maar waarin we ons er tegelijk van kunnen verzekeren dat we een stevige staatshervorming krijgen'
Sociaal-economisch is het sussende toverwoord voor de Waalse en Vlaamse belligerenten en apaesementzoekers. Staatshervorming komt dan blijkbaar toch weer op de tweede plaats. Vreemd, ik en de mijnen dachten nochtans dat het daar in de eerste plaats wel om draaide? We vergissen ons vast!

Ik geef niets om Vlaanderen, ik geef niets om Wallonië en ik geef ook niets om Brussel en België kan wat mij betreft barsten. Inderdaad zijn sociaal-economische thema's veel belangrijker. Maar ik begrijp het, en de buitenlandse media met mij, nog steeds allemaal niet goed. Waarom kunnen we Brussel niet uitbreiden, de tweetalige gemeenschap in België niet openrekken? Wat is er dan plots gebeurd met al dat gepraat over toenadering tot Europa? Al dat tribalisme en antitribalisme lijkt me behoorlijk in tegenspraak te zijn met het idee van een verenigde Europese bond waar zowel Imannuel Kant als Monnet al naar uitkeken. Kunnen we deze onzin, dit gerommel in de marge niet achter ons laten? Het gaat om miljoenentransfers, maar wat zijn miljoenentransfers op een internationale schaal. Peanuts.

donderdag 3 juli 2008

Brief van Dokter V.

Beste F.

Nu we niet meer in een vertrouwelijke relatie met elkaar staan, nu we niet langer door mijn beroepseed gebonden zijn aan bepaalde deontologische codes kan ik je wel toegeven dat ik helemaal ondersteboven geblazen was van je scherpe geest en je fijne gevoel voor ironie. Ik ga onze gesprekken, ook al vonden ze plaats in zo'n strak therapeutisch kader, erg missen. Ik ga je alle dagen missen nu. Mocht jij tien jaren jonger zijn en ik, ongebonden, vrij van kinderen en man, en zonder die vervelende reputatie, dan... Ik weet het eigenlijk niet, ik kan me enkel voorstellen dat ik moederlijk over je bolletje wrijf. Jij hebt waarschijnlijk nood aan harde pompende begeerte, strakke lijven, blowjobs, zweet, dildo's misschien. Ik ben een seksueel wezen, maar hoe kunnen dergelijke dingen onze relatie nu niet kapotmaken? Ik ben, zoals je ooit eens opmerkte, een hopeloze platoniste. Ik ben ook een hopeloze pathetica, je zal me vergeven, want jij bent het zelf ook.

Je was helemaal zonder hoop toen je met me kwam praten. Je wilde vooral horen hoe uniek je situatie was. 'Mijn persoonlijke dalen en eenzame hoogten', noemde je ze. Ik kon je nooit de troost geven dat je zo uniek was, de DSM, de statistische handleiding voor de psychiatrie, verbiedt me dat. Nu geef ik je de troost dat je uniek bent. Niemand is op een sterkere manier bij me binnengedrongen dan jij. Maar laat ons even de pathetiek laten voor wat hij is. Je vroeg me wat ik deed, wie ik was, je zocht naar een opening om me te kunnen verleiden. Gezien je voorgeschiedenis en je vele promiscuiteitsproblemen kon ik er toen niet op ingaan. Nu, met dit schrijven, loop ik het vreselijke risico dat ik je genezing vertraag, afrem of zelfs teniet doe. Maar hoe egoïstisch het ook mag klinken, ik heb liever dat je niet geneest en me gekend hebt, dan dat je geneest en ik voor jou onbekend blijf.

Ik zal even antwoorden op je meest terugkerende vragen.

Ik ben 38 jaar oud, ik heb twee kinderen, een meisje en een jongen. Ik ben geen natuurlijke blondine. David Bowie, the Cure en Chopin draaien het meest in mijn cd-speler in de wagen. Ik ben getrouwd met een 42-jarige bankier. ons seksleven is goed, in de gangbare betekenis voor getrouwde mensen. Ik ben nooit echt verliefd op hem geweest, maar hij begrijpt me. Ik heb 8 seksuele partners gehad. Drie jaar geleden had ik een korte relatie met een chirurg in het ziekenhuis waar ik werkte. Ik was me ervan bewust dat hij een smeerlap was, maar ik had nood aan de opwinding. Ik wilde de lust voelen. Ik denk niet dat ik mijn man ooit nog de hoorndrager zal maken nu. Of: dat ik een andere man zal neuken.

Toen je me dat verhaal vertelde over hoe je de wereld langzaam zag veranderen, hoe ze donkerder werd, zoveel triestiger, toen je van je tienerjaren naar je twintigerjaren overging, dat was zo herkenbaar. Je zei dat het was alsof de aspirine die de knagende hoofdpijn op de achtergrond jarenlang tegenhield nu niet meer werkte. De drillende en borende pijnen in je sinussen worden er niet minder op, dat wilde ik je vertellen, maar negativiteit en pessimisme is me niet toegestaan, maar het wordt wel even beter. Tot de ouderdom je neerslaat.

Je sprak over ouderdom en jeugd, en over de vele parallellen daartussen. Je zou het je stokpaardje kunnen noemen, maar ik heb nooit gehouden van het beeld van een paard gereduceerd tot stok, tussen de benen van een of andere onfortuinlijke mens gekneld. Dat is te triestig, het doet geen eer aan. Laten we het erop houden dat je veel nadacht over oud zijn, zoals typisch is voor jonge mensen. Ik geloof dat wij, die al een dagje ouder worden, daar veel minder over nadenken. We denken sowieso veel minder. Ik denk dat de belangrijkste parallel tussen de oudere en de jongere zijn absolute afkeer voor het nuttige is. Wat ben je met nut, met die banaliteit, wanneer je al je grote gevoelens wil meemaken. Wanneer je wil leven? Zo gaat het met de jongere. En wat doet nut ertoe wanneer je oud en ziek bent en de dood om elke hoek loert? Maken jullie maar auto's met betere motoren en economischer brandstofverbruik, ik kan hoogstens nog als brandstof dienen, maar ik ben er niet mee gebaat.

In het begin van je therapie baatte er niets. De SSRI's, die je serotonine weer op een behoorlijke manier aan het werk dienden te krijgen, deden geen mirakels voor je. Je leek me één van die hopeloze gevallen te zijn, jong, lui, verwend door zijn eigen inactiviteit en hopeloos pessimistisch. Een geschiedenis van depressie in je familie daarbovenop en je geval was in de eerste tien minuten van ons gesprek al uitgeklaard. Manisch-depressief met histrionische borderline persoonlijkheidsstoornis, Lexapro en praattherapie. Honderden, wat zeg ik duizenden, euro's uit de zakken van je ouders kwamen mijn weg uit. En alles was goed in de wereld. Dinsdag Yoga, donderdag kookles, elke twee weken op stap met mijn twee hartsvriendinnen, elke maand een wip met mijn lieve man. Verder: de kinderen, een huisje in het zuiden, sporadische bezoeken aan mijn snel ouder wordende ouders.
Nog: een diep, diep gevoel van ontevredenheid. Huilbuien. Betekenisloosheid.

Nooit heb ik tegen een patiënt willen schreeuwen. Altijd ben ik de meesteres van mijn spel geweest. Maar niet bij jou. Er ontwikkelde zich langzamerhand een semantiek tussen ons, een intiem spel van betekenissen. Ik betrapte mezelf voortdurend op projectie. Ik begon te geloven dat ik van je hield. Maar ik hield mijn kaken stijf op elkaar geklemd.

Wanneer gebeurde dat? Wanneer werd je van dossiernummer 01786 tot mijn betekenissysteem in deze donkere wereld gepromoveerd?

Het regende, je zat kletsnat in de wachtkamer. Je had geen enkele poging ondernomen om jezelf af te drogen. Je las in een roman, je hoorde me niet binnenkomen. "F.", riep ik. Je keek op naar mijn gezicht, je ogen flikkerden, je glimlachte, je kreeg rimpeltjes rond je mond, je stootte een proestend geluid uit. Een zeer vreemd tafereel gezien je zware depressie. Dat proesten, die blik, je gezicht zelfs, het ging dwars door me heen, als de stralen van een of ander kwaadaardig MRI-toestel met mystieke krachten. Even later, in mijn consultatieruimte vertelde je me over één van je zelfmoordfantasieën. Die fantasieën, die bij zo ongeveer elke depressieve patiënt voorkomen, bestaan uit een lange vervelende keten van monotone elementen. Iedereen huilt steevast op de begrafenis, men is ontsteld wanneer men het lijkt vindt, de naasten kunnen een hele tijd niet meer functioneren. Eén uitverkoren persoon denkt eraan om zich van het leven te beroven, hij/zij zal na de dood van de zelfmoordenaar nooit nog een relatie kunnen hebben. Het is een wanhopige poging om de loop van de geschiedenis te beïnvloeden, om zich even belangrijk te voelen. Die waanbeelden zijn strontvervelend voor elke psychiater die een tijdje in het vak zit.

Wat mezelf betreft, zonder me te verschuilen achter de algemeenheden van mijn vak: alle verbale betekenissen zijn banaal. Woorden zijn strontvervelend. Alles is al eens gezegd. "Ik hou van je", "ik hou ook van je." Wat betekent het allemaal? Er is geen verband meer met de werkelijkheid, ik hou van je wil enkel nog zeggen "je bent van mij". "Je vader is gestorven", ergens zit ik daar op te wachten, want het zou de realiteit zijn. Mijn collega's zouden een hele kluif hebben aan iemand die zulke woorden uitspreekt.

Maar ik hield van je toen je tegen me sprak die dag. Ik gloeide. Ik wilde je mijn schoot aanbieden, je omhelzen, weet ik wat nog. Waarom deed ik dat niet? Ik zie geen enkele reden meer. Geen enkel motief van dat moment klopt nog. Nu ik zo zeker weet dat ik je niet meer zal zien, voel ik alleen nog mijn gedachteloze begeerte.

Ik wil je graag vragen of we een namiddag samen op bed kunnen liggen, of we een luie zondag samen door de stad kunnen flaneren. Waarschijnlijk kunnen we dat, maar ik kan het niet. Dat is een zeer jammere zaak.

voor altijd de jouwe
V.

donderdag 26 juni 2008

Een apologie van de hippie


Ze lopen door de straten van onze steden, vaak hebben ze lange haren of dreadlocks, niet zelden zijn ze omringd door roedels bloeddorstige honden, veelal roken ze cannabis of drinken ze pils van één of ander ranzig merk. Ze zijn blootsvoets, waardoor hun voetzolen een esthetische verschrikking zijn en waardoor ze met een wekelijkse frequentie wonden oplopen tot de eelt op hun voeten dik genoeg is om zich niet langer te bezeren. Wie zijn deze blootvoetse helden? En waarom zijn we, ondanks hun duidelijke gebreken, toch op hen gesteld? Een apologie van de hippie.

Laten we maar meteen de Freudiaanse toer opgaan, je moet die onzinnige theoretische analysedingen niet te hard tegen proberen te houden, want dat lukt toch niet. Als obscene wortels penetreren ze mijn gedachten en dringen ze zich in mijn geest. Dus full blown! Onstabiele vergelijkingen met de kindertijd maken, oraliteit, analiteit, al die bullshit. Laat het er ons voorlopig op houden dat een hippie eigenlijk een groot kind is. Hij/zij doet voortdurend zijn zin, aanvaardt geen gezag en tast alle grenzen af. Vaak leven hippies zich ook op een zeer kinderachtige manier uit in hun infantiele en dwaze activiteiten. Het slaan op een djembe of het jongleren met stokjes, het gitaar spelen en het werpen van frisbees: het zijn allemaal activiteiten die door de hippie met zijn onmatige passie en kinderlijke geworpenheid een onpeilbare diepte en loodzware gewichtigheid krijgen. Wie kan er naar zoveel enthousiasme kijken en niet helemaal verloren gaan van vertedering? Dat is een eerste verklarende factor voor die onbegrijpelijke affectie die we voelen voor hippies, meer nog dan echte kinderen herinneren ze ons aan het kind in ons.

De tweede verklaring is jammer genoeg minder fraai voor de mensheid en zijn edele aard. We haten ze; die patsers met hun grote auto's, hun strakke pakken, hun flashy infotelematica-spullen en hun blonde vrouwen met tit-jobs. Zeker als je zelf in een Volkswagentje van 15 jaar oud rijdt, je jezelf alleen op flodderige t-shirts kan trakteren, je een lego-achtige gsm van nokia hebt, je laptop een kartonnen doos is en je vriendin een kartonnen doos heeft. Dan is het zoveel leuker om jezelf met de vrolijke vagebonden van de straat, de nietsvermoedende dwaze hippies te vergelijken. Wat steken we succesvol en geslaagd uit in het contrast met hen. De sociale pikorde begint met hen, ze komen maar net boven de bagladies uit. De hippie heeft soms zelfs geen schoenen, zijn t-shirts ruiken kwalijk, rieken zou je kunnen zeggen, zijn haren zijn altijd vuil, hij heeft geen auto en zelfs geen fiets, zijn laptop is beplakt met belachelijk kleurrijke stickers en zijn gsm zit in een rieten hoesje. De affectie voor onze gedreadlockte medemens is dus, naast bovenstaande verklaring over het kind, grotendeels te wijten aan neerwaartse sociale vergelijkingen. Mensen zijn vuile, clueloze wezens, ze vloeken en ze haten en wanneer het vergelijken stopt voelen ze zich leeg en melancholisch. Op het einde van hun leven zien ze hun banale strevens in de ogen en sterven ze een in een puf van zinloze angst en leeg geschrei. But it sure beats being a refrigerator.

vrijdag 20 juni 2008

Taalpuriteinen

Vreselijk vind ik het. Eerst shrijf je een inspirerend en bovendien zeer komisch stuk vol gekke witsen en dolle fratsen van het genre 'een brandende zak' met stront. Je levert het stuk in waarna een eindredacteur ermee aan de slag gaat. Eindredacteur in Vlaanderen, dat wil zeggen in het Bargoens: een semi-autistische Germanist die geen kloten geeft om inhoud en humor en die je stuk reduceert tot een zeer correct maar aride landschap. "Motherfucker!", denk ik dan.

On toch even enige nuance in te lassen, eindredacteurs zijn een broodnodig gegeven. Als je eens rondkijkt op de verschillende blogs op het internet zie je dat al heel vlug in. Sommige taalfouten zijn echt lelijk, storend en maken een eenduidige interpretatie van een tekst onmogelijk. Maar als ik, uit naam van de ironie, bepaalde uitdrukkingen wens te gebruiken die nogal omslachtig zijn, dan vind ik de bemoeienissen van zo'n eindredacteur opeens onuitstaanbaar.

Het lijkt me, en ik heb hier uiteraard geen enkele empirisch bewijs voor, dat er in onze buurlanden landen geen situatie heerst die met onze Vlaamse patstelling te vergelijken is. Wanneer spitse Britten hun pennen in een absurdistisch spervuur van neologismen willen dopen is er niets aan de hand. De eindredacteuren doen er wat ze dienen te doen, verbeteringen aanbrengen in de stijl, spelling en in het metrum. Ze zuigen niet alle creativiteit uit de teksten. In Frankrijk is de situatie nog sterker, de postmoderniteit werd er uitgevonden, en je kan geen postmoderniteit zeggen zonder neologismen te schreeuwen. Zo kan ik wel nog een tijdje door.

Een hele tijd geleden nam ik deel aan een schrijfwedstrijd voor jong talent. De Nederlandse organisatoren deden daar zeer smalend over het 'niveau' van de Belgische inzendingen. De inzendingen stonden vol taalfouten, onbegrijpelijke woorden en waren over het algemeen maar povertjes, aldus de organisatie. Ik dacht meteen: "Lijkt me vreemd? Zijn we dan werkelijk zo ongetalenteerd?"
Het antwoord kwam toen de winnaar werd aangekondigd. Inderdaad, de jongeman barstte van het talent en had veel literaire stijl. Desondanks klonk zijn schrijfsel toch wel zeer noord-Nederlands, en hoewel de man een Antwerpse achtergrond had, kon je daar niets van terugvinden in zijn 'creatie'. De Nederlandse luiden smulden ervan en ik kon mijn irritatie niet meer verbergen en begon dingen te schreeuwen. "Puik" en "Naatje" en meer van die dingen. Ik was niet de populairste gesprekspartner tijden de fuif achteraf. Het zij zo.

Maar wie bepaalt er eigenlijk wat er correct is op talig vlak? De Nederlandse Taalunie is een samenwerking van Vlaamse en Nederlandse taalorganisaties. Als de Nederlandse Taalunie 'spring' zegt, zeg je vlekkeloos Nederlands 'hoe hoog?'. Ik vind zo'n samenwerking een zeer absurd gegeven. Iedereen weet dat een taal met verschillende snelheden evolueert in verschillende culturele invloedsferen. Hierdoor lijkt het soms dat Vlamingen en Nederlanders, hoewel hun talen grotendeels onderling intelligibel zijn, toch een andere taal spreken. Hele generaties Germanisten zijn volledig aan dit feit voorbijgegaan, gebrainwashed door de autoriteit van de grote noord-Nederlandse Taalunie.

Vandaag de dag lijken de Germanisten meer en meer hun standpunt te wijzigen en wordt de identiteit van de Vlaamse taal verder en verder uit het vagevuur van de miskenning gehaald. Binnenkort worden we misschien zelfs niet meer met een scheef oog bekeken wanneer we zeggen "Ik spreek Vlaams". Maar er is nog een hele weg af te leggen.

De Engelse taal schrijdt intussen voort, een linguistische demarche die nog steeds zijn hoogtepunt nog niet bereikt heeft. Ik merk bij mezelf op dat de invloed hiervan onmiskenbaar zich onmiskenbaar laat gelden in zijn taalgebruik? Is daar eigenlijk iets mis mee? "Barbarisme! Barbarisme!", schreeuwen taalpuriteinen. En oh wee wanneer je leentjebuur speelt bij de Franse taal, die immer dominante bedreiging voor onze Nederlandse taal. De Fransen willen via de taal immers de zuidergrens van Vlaanderen verleggen, in ons taalgebied oprukken en onzer culturele identiteit onderdrukken als de barbaarse honden die ze zijn. Overdreven voorstelling van de houding van veel Vlaamse filologen? Nauwelijks.

Kunnen we hier in Vlaanderen niet een keertje van onder onze kerktoren komen en onze taal, als het vloeibare vehikel dat ze is, zich in al haar pracht laten ontplooien tot een nieuwe kristalijne verschijningsvorm? Vast wel, want dergelijke dingen houd je toch niet tegen. Er zal dan wel weer een heleboel gezeik aan te pas moeten komen.
Ik kijk er al naar uit.

dinsdag 27 mei 2008

A letter from Danny

Vandaag kreeg ik een erg mooie brief van een vriend uit de states:

"Hey Frank

How you doing, you've been good? We haven't really been mailing for a while, but I've been keeping real busy. It's easy to lose track of each other when you're so far apart.

"You know sometimes I feel like such a fucking prostitute." I watched her sitting there, poundered her statement for a minute. She was naked, small, crying. She looked like a little girl. Finally I answered: "That's because you are a fucking prostitute." She seemed utterly indifferent to my sudden judgement but still I felt obliged, or more likely, inclined to add: "There's no shame in that. It's just what you do. You invite men to have sex with you for money. Oldest trade in the world." Back then I was madly in love with her, enchanted by her looks and her sharp mind. Nowadays, I'm not so sure what I am.
"Sure beats being a manager." She said that; a real tough kid, she is.

It all started, like most of it, with family. Her father was fat, obese even, loud and very abusive. Her mother didn't really give a damn. Just your average modern world fairytale, she got herself out of the mud, studied, looked after her sister, got into college. "Well, sh-should be real proud of yourself", slurried her uncle Walter, trying to get himself some prime teen titty. So she got into college, and soon, away from her abusive and violent home, found herself leading a happier life. But as some kind of natural rule dictates, she still had to meet the wrong guy for her. Dean was handsome, a real jock, real witty too and she fell madly in if not love something closely resembling love with him. They danced and talked all night for months, she felt like a queen, he made her feel like that. Soon she said: "It doesn't matter if he hits me, that's my fault, as long as he loves me." They married, a humble ceremony, Dean didn't like to spend money on things that you couldn't snort. "If it doesn't disappear in your nostril, it probably's not worth the money" was one of his fixed expressions. He was a real tough mother, probably screwed a lot of women on the side, too. But you can't be sure of that, not totally sure at least. Well, they married and he stopped loving her. But he left her with a child to take care of, the one thing he did give her, and nowhere to turn.

Can't say I'm sorry about all that, because I wouldn't get to nail her if it hadn't happened. I know she needs the money. She knows what I need. Greatest deal in the fucking world. So in a way, I guess there really exists some kind of cosmic balance, even if some people only get to know the downside of it.

I approached her over at Grover Streer where she was solliciting for some good old bucks. She wore a skimpy pink tanktop and a real short skirt and even though she looked like the next tacky whore superficially I really knew there was something special about her from the start. She moved me, you could say, I can't explain it, it's just like her face opened up, I could see what was beneath all the paint and it really got to me.

"I shouldn't have been born." she told me one night, when our nightly encounters had been going on for some weeks, she liked to take her time after making love. I never did anything but make love to her, I never fucked her. When she said that, I looked at her, gazed at such honesty in a professional girl and I became a listener where I was a costumer before. Every time I gave her money for sex afterwards I felt like I betrayed her. I began to think maybe I have fallen in love with her.

I know I should take care of her, but I can't handle it. Where does a man get the strenght to pull another human being out of the mud from? I sure as heck don't know.
Would I be inclined to help her, to take her to a better life, if she looked really ugly? It's a valid question, I guess, but one not worth asking, because she is there now, breathing, crying, breaking me to pieces and tearing me apart.

I'm turning to you, Frank, my friend, because I don't know what to do. If I do take her with me to live someplace in a cleaner, more wholesome neighbourhood, I would gain a lot, but I will almost certainly lose youth. I will gain a kid, some beauty, and a profoundly poetic story in my life. I don't know if that's enough.

I would also gain the knowledge that I was doing the right thing, but hey, who gives a damn about that these days. Right?

Your friend
Danny F."

maandag 26 mei 2008

Canis canem edit

De recente rellen in Anderlecht herinneren de nadenkende burger vast aan oudere en ernstigere conflicten uit het verleden, zoals de continue stroom van rellen in Parijs sinds 2005. Maar social-economische geïnspireerde rellen zijn wellicht van een andere aard dan een promiscue en obscene clash tussen twee groeperingen die amper een andere reden om te vechten kunnen hebben dan frustratie, verveling en ideologische haat. Of niet? Waarom zijn voetbalhooligans er plots zo belust op om de hoofden van allochtone jongeren in te slaan, en vice versa?

Ellende en ongeluk lopen als de blauwe en rode rivieren die ze zijn door de wereld. Het bestuur doet wat het kan en dat is niet veel. "De jongeren in Anderlecht hebben opgeroepen om op autochtonen te slaan", hoorde ik vrijdag van een vriend van me. Gezellig. Het antwoord van het bestuur was een gigantisch machtsvertoon van de politie en ik zie eerlijk gezegd niet in hoe er anders zou kunnen gereageerd worden. "Opkuisen met een Kärcher", zei Sarkozy naar aanleiding van de rellen in zijn hoofdstad. Sarkozy is wellicht geen erg gevoelige ziel, maar het is wel wat er steeds maar gebeurt in dergelijke situaties. Toch waren die rellen van een heel andere aard. Het ging om sociaal-economische rellen van een zeer ongelukkige en gefrustreerde groep jongeren die vooral ageerden tegen de uitzichtloosheid van hun eigen situatie. Wat er dit weekend in Anderlecht gebeurd is had meer weg van een 'turf war', een bende-oorlog om de heerschappij over een territorium uit te vechten. Dat geeft de hele situatie een gratuit en wrang karakter die het in Frankrijk niet had.

De jongere die de autoriteit van de oudere en de autoriteit bevecht, het is een verhaal dat veel ouder is dan de westerse samenleving. De ouderen beseffen goed dat wanneer het jonge geweld begint te rellen dat zij dan verloren zijn. Al in de bakermat van onze beschaving, het oude Griekenland, was de angst voor de opstand van de jongere generaties zeer groot. Socrates werd niet voor niets tot gifbeker veroordeeld voor "bezoedeling van de jeugd". De rellen in Anderlecht kunnen echter niet onder die noemer geplaatst worden, daar het ging om een treffen tussen twee compleet gelijke groepering wat sociale stratificatie betreft. Deze rellen zijn misschien symptomatisch voor een nog oudere drift van de mens, het bewijzen van de mannelijkheid in de peer group.

Dat wil dan zeggen dat deze rellen iets seksueels hebben. Het rellen is een kwestie van viriliteit, binnen de groep dienen de gelijkgestemde ego's zich te bewijzen en hun plaats binnen de pikorde te bewaren. Sommigen vinden dat een nutteloze verspilling van energie voor hogere primaten die zich binnen een socio-cultureel betekenissysteem van hogere orde bewegen, maar binnen de groepen is die pikorde een zaak van vitaal belang.

Wat de verklaring voor de rellen ook mag zijn, zeker is dat ze de uitdrukking zijn van een zeer nihilistisch betekenissysteem. Er wordt gevochten om de symbolische zeggenschap en heerschappij over een stuk grond waarop toevallig een voetbalstadion staat. Wat wordt er gevraagd door deze mensen? Een betere wereld? Betere banen? Een solidere sociale zekerheid? Zij vragen niets behalve dat ze zich kunnen uitleven in hun geweld over een zaak waarvan ze diep in zichzelf ook wel weten dat ze de moeite van het verdedigen niet waard is. Ik heb het dan ook veel liever wanneer de jongeren samenspannen tegen de staat om de veranderingen door te drukken die zij zo vitaal nodig hebben, die voor hen zo prangend zijn. Ook tijdens rellen kan er een bepaalde vorm van lovenswaardige solidariteit zijn en niets verandert zonder brokken te maken. Maar als mensen, die eigenlijk aan dezelfde kant zouden moeten staan, elkaar naar het leven gaan bekampen dan is dat slechts een zeer trieste zaak waaruit nooit iets goeds kan voortkomen.

donderdag 22 mei 2008

Zielenheil voor de 21ste eeuw.


Als kind keken wij op een keer onder de rokken van de vette pinguïn die ons toen de fijne knepen van het binnen de lijntjes kleuren bijbracht. Wat we daar, warm onder die habijt, te zien kregen intrigeerde ons zo dat we nooit in staat zijn gebleken om ons te bevrijden uit de wondere wereld van de religie, onze seculariteit ondanks. Er is weer nieuws uit wonderland, waar de doden opstaan en de vlammetjes spontaan boven de hoofden schijnen en waar één man nog drie personen tegelijk kan zijn: onze allerliefste kardinaal Danneels gaat er misschien mee stoppen.

Er is al meteen een belangrijke nuance van het voorgaande nodig. Of Danneels ook echt de kazuivel aan de kapstok gaat hangen is immers nog een open vraag. Onze lievelingsaartsbisschop heeft vandaag officieel zijn ontslag aangeboden, maar dat is eigenlijk slechts een standaardprocedure voor kardinalen als ze 75 jaar oud worden. Of de kardinaal dan ook echt gaat opstappen om in zijn tuintje van een chateau Latour uit 1989 genieten valt nog te bezien. Het is meer waarschijnlijk dat de kardinaal nog een hele tijd aanblijft. Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste dient het ontslag van de kardinaal nog aanvaard te worden door vriendje Benedict. Ten tweede kan het nog lang duren voor er een opvolger voor Danneels gevonden wordt. Tot die tijd kan Danneels de facto niet aftreden. Ook in katholiekenland speelt men graag administratieve spelletjes.

Maar goed, laten we als de keurige tros schapen die we zijn onze herder respecteren en de vraag naar de opvolging stellen. We moeten niet vergeten dat de goede kardinaal ondanks de tanende invloed van het geloof toch nationaal de belangrijkste vertegenwoordiger is van datzelfde geloof en dat we zijn hoofd dus tot vervelens toe te zien krijgen telkens de paus of een andere hoge kerkrakker iets vreselijks erudiets over abortie of anticonceptie heeft gezegd. Wie zijn opvolger ook wordt: we zullen ongetwijfeld aan zijn verschijning gewend moeten raken en we zullen van hem moeten leren houden zoals we ook van Danneels hielden. Zoals we ongetwijfeld van Danneels houden. Ziezo, nu de feiten aan de kant zijn is het tijd voor wilde speculaties! Wie zal Danneels opvolgen?


Wordt de opvolger misschien André-Mutien Leonard, de huidige bisschop van Namen? Leonard, op de foto met omgekeerde pitta op zijn hoofd, ligt me zeer nauw aan het hart. De brave man is immers, net zoals ikzelf toen ik nog jong en bejaard was, bezig met metafysica en schreef een cursus die vroeger aan de UCL gedoceerd werd. Hij schrijft ook een wekelijkse column in het Katholiek Nieuwsblad en hij spreekt en schrijft perfect Nederlands, ook al is hij strikt genomen een Franstalige. Daarenboven is Monseigneur Leonard Freudiaan. Hij liet in april 2007 in Télé Moustique weten wat hij, vanuit zijn interpretaties van de psycho-analyse, vindt van homoseksuelen, namelijk: "De homoseksuelen hebben een blokkage ontmoet in hun psyschologische ontwikkeling, wat hen abnormaal maakt." Waarom kies ik hier precies Leonard als eerste kandidaat-opvolger? Omdat ik een zeer tendentieus en manipulatief personage ben uiteraard! Maar de man wordt ook wel echt getipt als favoriet in de successiestrijd. Wijzelf zouden maar wat graag zien dat deze man de belangrijkste religieuze autoriteit in ons land wordt, het zou de polemische waarde van het katholicisme in ons land alvast verhogen. Hoera daarvoor!


Misschien wordt Monseigneur Roger Vangheluwe, de huidige bisschop van Brugge de nieuwe kardinaal. We kennen hem als de lieve bisschop met Roeselaarse roots. Bisschop Vangheluwe heeft een beetje weg van een lieve teddybeer, postuur en al, en hij kan het geloof vast weer knuffelbaar maken. Bovendien is hij, als eerste Belgische bisschop in een quizprogramma, in dit geval de tabel van Mendeljev, een zeer mediagenieke figuur. Hij spreekt de jeugd ook vast aan, want je denkt onwillekeurig aan Worlds of Warcraft als je hem voorbij ziet stappen. Waardig. Benedictus, je hebt je man, zou ik zeggen.


Maar je weet nooit hoe Zijne Heiligheid redeneert natuurlijk. Misschien is de paus wel een uitgesproken Westvlamofoob en wil hij, gezien zijn en hun affiniteit met de Duitstalige cultuursfeer koste wat het kost een Limburger aan het roer. De bisschop van Hasselt is met zijn 56 jaren niet alleen de benjamin onder de Belgische bisschoppen maar bovendien is hij ook een verwoed fietser. Een fietsende bisschop? Kan het nog cooler? Patrick Hoogmartens is duidelijk de hipster van de hoop, de blanke Sammy Davis van de katholieke ratpack. Wij zien deze rebelse en modieuze jonge persoonlijkheid uitgroeien tot de 50-cent van het katholieke geloof. "I was straying from the path all the time, walking around with my loaded jesusstatuette in my pants. But now I saws the light." Taalfout intended. Als je dit leest Patrick, want we mogen een hippe hipster als jou wel tutoyeren, een bandana is the way to go.


Paul Van den Berghe, de bisschop van Antwerpen, is een geletterde heer, hij is namelijk een thomistisch wijsgeer. Het Thomisme, of correcter neo-thomisme, is de filosofie van Thomas van Aquino overgoten met een Kantiaanse saus. Schimmiger kan haast niet en een zeer populaire denkrichting is het ook al niet. Maar kom, laten we mild zijn, de mens denkt graag, en dat is al veel in deze tijd met deze zeden. Helaas werd Monseigneur Van den Berghe ook 75 dit jaar en is hij de jure, maar ook nog niet de facto, bisschop af. Weinig potentieel voor reële opvolging hier.


Bisschop Harpigny van Doornik is ten slotte ook nog een leuke kandidaat. De man is Islamkenner en is om die reden door de paus benoemd als lid van de Pauselijke Raad voor de Interreligieuze Dialoog (PRID - niet te verwarren met PRIDE, een organisatie die een heel ander soort van menselijke communicatie nastreeft). Om één of andere reden betwijfel ik of Islamieten zitten te wachten op een dialoog die hen door de leider van hun natuurlijke rivaal, de katholiek, in de strot wordt geramd. Maar kom, laten we mild zijn, de man doet zijn best om een open geest te hebben. Harpigny wordt ook dikwijls openlijk getipt als de opvolger van Danneels, hij ziet er goed uit en hij doet ten minste zijn best om geen Thomistische filosoof te zijn of zo. We zeggen maar wat.

Wie wij met ons zwakke vlees ook persoonlijk verkiezen als opvolger van Danneels, de ijzeren successielogica wil eigenlijk dat het een Franstalige bisschop wordt. In dit geval gaat de strijd vooral tussen Leonard en Harpigny, ofte de homobasher en de islamietenknuffelaar. Dat is natuurlijk een erg zwart-witte voorstelling van de zaken: Leonard knuffelt vast soms homo's en Harpigny basht waarschijnlijk ook soms een Islamiet. Observatie: ook in de kerk is er sprake van een strijd van progressief tegen agressief. Wij vertrouwen op onze geestelijke leider in Rome en een ding is zeker, er komen in de nabije toekomst alvast gouden tijden voor de kerkwatchers onder ons. Ite in pace.