zaterdag 6 december 2014

Saint Nicholas implied in new scandal

Brussels (06/12/2014) - While christian people around Europe and less important parts of the world celebrate the traditional Saint-Nicholas Holiday with sweets such as marzipan bread, "mokskes" and with toys such as fart pillows and hulla hoops, the saintly man becomes yet again implied in a scandal, as a picture of a KKK gathering that was held in the 1950's emerges.

Scandal seems to be following Saint Nicholas these days. About a year ago it became known that the saint's all-time favorite slave black Peter was actually slaving for him without a valid slaving permit. Faced with this fact Saint-Nicholas-riots broke out in the streets of Amsterdam, Brussel and Paramaribo, and the spokesagent of SN issued an official apology on his behalf. This was the first time the unvulnerable sage ever apologized for anything, but now it seems likely that it will not have been the last time.

Is SN a white supremacist? Or a ghost? Where are his feet?
 In a controversial picture newly published in a KKK-related magazine in New Orleans Saint-Nicholas is seen at what seems to be a racist rally by the notorious group. The rally seems to have been held in 1950's a part of a general strategy to scare African-American people away from the area. Why Saint-Nicholas participated in these scare tactics remains unknown, since the press office of SN does not want to respond to the allegation following the worldwide publication of the picture in the press. One question is on everybody's mind: is SN a holy man with a special love for the young, or is he a racist? Hopefully we will be able to respond to this question as quickly as possible, but right now I am not touching the marzipan he let black Peter drop through the chimney. I will play on the PS4 he gave me a bit, though, since the evidence of his being racist is not conclusive yet.

woensdag 3 december 2014

Ik ben bang van (zo ongeveer) iedereen

Op de hoek van mijn straat zit de laatste weken elke dag een bedelaar wiens naam ik niet ken, maar hij noemt me ‘chef’ en dat is voldoende voor de kortstondige contacten die we hebben. Nou, voldoende, het is onmogelijk om meer te verlangen van onze relatie. Ik zou hem graag vragen of hij ook vindt dat zijn ziel zo zielig is, omdat dat mijn mening is over de mijne, en of hij ooit met een gouden kam in de woestijn naar parels heeft gezocht maar uiteindelijk met zand in zijn ogen, oren en bilspleet naar huis terug is moeten keren. Niet dat hij wellicht ooit al in een woestijn geweest is, want hij lijkt me eerder van een zigeunerachtig volk af te stammen dan van een door zanderige vlakken dwalende stam. Ik wil het hem gewoon vragen omdat ik snak naar gesprekken die ergens op één of andere manier poëtisch zijn, of op zijn minst niet banaal, en die een keer niet gaan over scheten, eten, daten of over macht. Maar hij verstaat natuurlijk geen ruk van wat ik hem vertel en ik versta niets van wat hij me vertelt,  er is niets meer dan de basisverstandhouding dat ik niet doe alsof hij niet bestaat en dat ik hem soms geld geef en dat hij mij daarvoor in ruil ‘chef’ noemt en zijn wat gelige tanden aan me ontbloot. Het zijn geen prachtige tanden, en het zijn ook geen prachtige momenten die we delen. Ik heb me al vaak stiekem afgevraagd of er onder zijn glimlach en zijn nederige dankbaarheid geen man zit die vreselijke dingen heeft gedaan in zijn leven. Ik ben ergens ook bang van hem, bang dat hij plots echt mijn vriend zou willen worden, en dat hij mijn vrijheid in de weg zou gaan staan, want wat moet ik dan? Wat moet ik als hij plots opstaat, me op mijn schouder klopt als een gelijke en met me meegaat naar mijn moeder? “Hallo mama, dit is Lazlo, en hij verstaat me niet, maar dat komt wel nog, geen probleem.” Waarop Lazlo zich aan de tafel zet en met gretige handen en gulzige happen een kippenbout begint binnen te schrokken. “Is het lekker, Lazlo?” Opgestoken duim, zonder op te kijken van de dode kip. “Straks gaan we zwemmen, oké?” Ik denk dat er op de lange duur niets anders zou opzitten dan hem te vermoorden, dan hem alleen te laten in mijn appartement, te wachten tot hij zou gaan slapen in mijn sofabed in de woonkamer en hem dan met een bot voorwerp het hoofd in te slaan.

Elke dag op de trein lezen de forenzen alle berichten die ze te pakken krijgen. “Minister verwikkeld in seksschandaal verwikkelt zich in aluminiumfolie”, “Eend in het koninklijke park in Laken raakt in paniek en zweet in vijver, bioloog beweert dat eenden niet zweten”, “Moordenaar vermoordt eerst zichzelf en dan niemand meer, zo dom dat hij is, loser”. Ik lees schrijlings mee, maar ik heb voor de zekerheid toch maar mijn eigen boek bovengehaald, voor als er een keer geen nieuws op de trein zou doorlekken, tijdens een tijdloze, contextloze rit waarin iedereen alleen maar wat met een vage glimlach op zijn lippen naar buiten zit te staren. Dan kan ik gewoon mijn “history of the western world for the very intellectualistic elite” naar boven halen en recht in hun gezicht een context creëren die hun het lachen wel zou doen vergaan. Maar zo gaat het dus nooit. Ze komen binnen, mijn medeforenzen, slaan hun kranten open, of laten hun vingers over hun elektronische toestellen glijden en dat is dan dat, de treinrit verloopt zonder incidenten, of er moet vertraging zijn, maar ook dat lijdt niet tot een mystieke samenhorigheid die hen allemaal doet glunderen en waarop ik met agitatie zou kunnen reageren. Ze laten me gewoon niet toe om een poseur te zijn. Af en toe komt er een gek binnen in de wagon. Die schreeuwt dan dingen naar mensen, maar vreemd genoeg begint iedereen zich dan nog sterker op zijn krant of toestel te concentreren, wat mij een zeer goed bewijs lijkt dat de psychologische theorieën van het behaviorisme niet werken op mensen. Soms beeld ik me in dat de bedelaar die me chef noemt naast me komt zitten en me met zijn nederige glimlach de hele tijd strak blijft aankijken. Ik denk dat ik me dan ook heel erg op mijn boek zou beginnen te concentreren. Of misschien zou ik hem meenemen naar de toiletten van de wagon en hem een wc-hok binnen leiden en zijn hoofd tegen de spiegel slaan tot zijn schedel zou breken. Of misschien zou ik hem vragen om die handeling bij mij uit te voeren. Misschien. Waarschijnlijk niet. Mijn dorst naar drama is niet sterker dan mijn angst.
Er is een erg mooi meisje naast me komen zitten en ze geurt naar bloemen. Of zo. Ze ruikt lekker. Ik zou haar iets willen vragen, maar ik bedenk dat ik erg oud ben, en dat ik wallen rond mijn ogen heb en dat ik op sociale netwerken tegen andere oude zakken discussieer over politieke thema’s en dat men mij vroeger vertelde dat ik veel talent had maar nu meestal gewoon maar dat ik aan het zagen ben. En wat zou ik dan willen bereiken met haar aan te spreken? Wil ik haar neuken? Ik moet meteen denken aan koude winterse dagen op het snikhete en nauwelijks verluchte kot van een studente die ik tien jaar geleden beminde. Hoe ik met mijn gespierde en nauwelijks behaarde lijf zonder moedervlekken haar skelet vol gespannen spieren onder me voelde samentrekken, de boog van haar rug, de plooi van haar voeten, haar mond en kin die als de kieuwen van een goudvis op en neer bewogen. Nee. Die tijden komen nooit meer terug. We waren allebei jong, en nu zijn we allebei oud en woont zij in Brugge in een huis met een man die ik niet ken en woon ik in Gent in een huis met een vrouw die zij niet kent, en ontmoet ik geen meisje op de trein maar blijf ik strak voor me uit staren en hoop ik dat ze ook iemand kent die later in Gent in een huis met een voor haar vreemde vrouw zal gaan wonen, maar dat zal wel niet. Ze leest een artikel over hoe één of andere Hollywood-ster met een of andere Hollywood-ster gajes heeft. Ik leer haar maar zeer traag kennen, blijkbaar, want ik zie dat ze een pakje sigaretten in haar tas heeft, en dat wist ik twee minuten geleden nog niet. Tegen het moment dat ze van de trein stapt heb ik het gevoel dat we een heel leven gedeeld hebben en ik vind het jammer dat ze geen deel was van ons gedeelde leven. Ik beeld me in dat ze een halte verder de trein weer opkomt en dat ze mijn hand vastneemt en dat ze me zegt:

“God mijn god, ik heb in de woestijn naar je gezocht. Met een zilveren kam heb ik de duinen afgekamd, maar ik heb alleen zand in mijn bilspleet gevonden en ik ben alleen naar huis moeten keren en nu zit je hier en het geeft niet dat je sproeten hebt en wratten en haar op  je gat. Dit is een verhaal en het is tijd om het te vertellen.”

Dan neem ik haar mee naar huis en ik bedrijf de liefde met haar en het maakt niet uit dat ze jonger is en het is intens en zout en echt en het is vlees op vlees en er is geen god behalve klaarkomen. En dan keert ze zich om en gaat ze slapen en als ze diep ingedommeld is neem ik haar keel in mijn handen en knijp ik ze dicht tot ze dood is.  

 Nu liggen er al twee lijken in mijn appartement en straks kom mijn lief thuis van haar danscursus met de kinderen. Ik neem de bedelaar uit het sofabed in de living en ik leg hem bij het meisje in bed. Het is half vijf en het wordt alweer donker. Vanuit een hoek van de kamer zit ik hen een tijdlang aan te kijken. Hij moet zeker twintig jaar ouder zijn dan zij. Ik zoek naar een sigaret in mijn broekzak maar besef dan plots dat ik nog nooit in mijn leven gerookt heb, dus ik neem er maar één van haar uit haar handtas en ik steek ze in mijn mond en ik steek ze aan. De rook kringelt voor me uit in het stervende licht. Ik hoor een deur opengaan in het huis. Ik zal haar vertellen dat ik twee mensen gedood heb, maar dat ik maar met één van de twee seks gehad heb, omdat ik één ervan niet zo aantrekkelijk vond, niet uit moreel principe, en dat ik ze in ons bed gelegd heb. Dan zal ik haar vragen of ze spaghetti wil eten, vanavond. Zonder vlees, want ik ben een vegetariër, uit moreel principe en ook een beetje omdat ik niet ook nog dik wil worden, als ik dan toch al oud moet worden.

Als ze me "waarom?" zal vragen zal ik zeggen “omdat ik zin heb in spaghetti”, en als ze me dan specifiek naar de moorden zal vragen zal ik zeggen “omdat ik het beu was om altijd maar bang te zijn van zo ongeveer iedereen”. Ik denk dat ze dat heus wel zal begrijpen, het is toch zo’n lieve, mijn kostbare schat.

dinsdag 11 november 2014

Jeugd

Walnoten, koeken en perensap
Plastic bakken en vorken ook
Op een laken met rode bloemen
Kont en dijen in gras en mieren,
De zon op de huid zo nu en dan
De aarde is diep en zwart
De lucht is hoog en kaal
En je kan er wat van.

vrijdag 10 oktober 2014

Nieuwe regering legt verkoop chocolade aan banden

De nieuwe regering Michel I maakt in het regeerakkoord komaf met de vrije verkoop van melkchocolade. "Melkchocolade is ongezond, heeft verslavende effecten en kan kwalijke gevolgen hebben voor de lever. Het eten en verkopen van chocolade in de publieke ruimte kan geen deel uitmaken van een gedoogdbeleid." Met die opmerkelijke woorden maakt de nieuwe regering komaf met honderden jaren chocoladegebruik en -productie in België.


"Wij gaan inderdaad dit punt doorvoeren en hierover een wet op punt stellen. Melkchocolade maakt geen deel uit van een gezond dieet, zoals het ProCal-dieet van onze voorzitter Bart De Wever bijvoorbeeld, mens sana in corpore sano. En vrouwen worden er dik van, en dat vinden wij lelijk. Pure chocolade mag nog genuttigd worden, zij het met mate", zo bevestigt het hoofdkwartier van de N-VA in Antwerpen, het Mordor aan de Schelde. Op de vraag of frietjes met stoofvlees dan ook verboden zouden worden reageerde men meesmuilend en sardonisch.

De regering hoopt hiermee ook het chocoladetoerisme, dat in steden als Brugge en Gent een echt probleem is, in te dijken. Er wordt verwacht dat de binnenkort crimineel verklaarde chocolatiers van België verontwaardigd zullen reageren, maar de N-VA laat weten dat dit hen "geen ene zak kan schelen".

zondag 22 juni 2014

Komkommers veranderen in voetballen

Eksaarde - Een alerte regionale reporter in Eksaarde merkte zaterdagavond na een wanhopige zoektocht naar aan de wereldbeker voetbal gerelateerd nieuws op dat er iets niet pluis was op het komkommerveld van boer Louis. Op het komkommerveld bevonden zich erg veel voetballen, maar er was geen komkommer meer te bespeuren. Bij nadere inspectie en na navraag bij de boer kwam aan het licht dat alle komkommers op mysterieuze wijze in voetballen veranderd waren. De politie staat voor een raadsel.

"Het is niet uitgesloten dat het hier om grappenmakers gaat", zegt politiecommissaris Van Willy, "maar ik denk toch eerder dat het hier om een authentiek mysterie gaat." Over de duur van het fenomeen heeft de commissaris wel een hypothese. "Volgens mij gaan er voetballen in plaats van komkommers op het veld groeien zolang het WK voetbal duurt, maar zullen de komkommers daarna als vanzelf weer verschijnen."

De voetballen op het komkommerveld laten het alvast niet aan hun hart komen, maar waarschijnlijk vragen zij zich ook in spanning af hoe de Rode Duivels gaan scoren in hun volgende match tegen de USSR.

woensdag 18 juni 2014

Man doodt kat voor elk doelpunt van de Rode Duivels

Hamme Zogge - Jean Bovenhek, pater familias van het gezin Bovenhek-Smaelekens, uit de Zoggestraat in Zogge is een echte fan van de Rode Duivels. Hij heeft heel zijn bovenverdieping volgehangen met fluorescerende merchandising van de Belgsiche nationale equippe. Maar dat vindt hij niet voldoende, om de Duivels verder te steunen heeft Jean een wel heel opmerkelijk plan.

"Wel het zit zo, mijn vrouw is nogal een liefhebber van katten", zegt Jean, "Allemaal goed en wel, maar die dingen kweken als zot en voor we het wisten zaten we hier met vijfentwintig katten opgescheept."

Om zijn overstock aan katten te lenigen en om de Duivels tegelijk ook te steunen heeft de ludieke Zoggenaar besloten om voor elk gemaakte doelpunt een kat te kelen. Een gewaagde stunt.

"Eens de kat dood is gebruiken we het bloed om onze jongste, de Jordy (3,5 jaar), van kop tot teen in te smeren", legt Jean uit, "De kleine jongen wordt vervolgens naar het dorpsplein van Moerzeke gevoerd, alwaar hij een wilde steundans tot uitvoering brengt."

We vroegen Jean naar zijn pronostiek voor zondag. "Ons Minoesj en ons Pruts hebben we al gemold: ze zijn er onmiddellijk na de twee respectievelijke doelpunten tegen Algerije aangegaan", antwoordt hij joviaal, "onze Faroek en ons Wendy zijn de volgenden, dat staat al vast, maar katten genoeg. Het mag dus zeker wel vijf-nul of zo worden."

Jordy (3,5 jaar) vindt het allemaal goed, of hij is alvast te jong om te protesteren.

donderdag 12 juni 2014

Professor Ludolf von Hartezwam: de juridische grond achter de uitspraken van Jan Jambon.

N-VA'er Jan Jambon liet zich deze week in de pers kennen als een tegenstander van het mea culpa van de volkeren van het noorden. Jambon beweerde tijdens een toespraak in Brasschaat dat "honger onze schuld niet is" (parafrase van de redactie). Wij vroegen aan juridisch specialist schuld en boete Ludolf von Hartezwam (voorzitter denktank Viveamus van de Katholieke Universiteit van Aalst) of er in juridische zin ook werkelijk sprake is van de "onschuld van het noorden".

Von Hartezwam: Nu verwoordt u het natuurlijk wel zeer scherp. Is iemand van ons ooit echt volledig onschuldig? Zijn we niet allemaal bevlekt door schuld, van de baarmoeder tot de put die ons wacht? U gaat hier toch wat concreter moeten zijn, hoor. (lacht)

DLC: Wel laten we eerst kijken naar het verleden. Ik heb het natuurlijk zeer concreet over de jarenlange uitbuiting van het zuiden door kolonialen, over het gevangen nemen van mensen voor slavernij; over gedwongen arbeid inlands in de kolonie, of in het land van de koloniaal. Over het creëren van fictieve grenzen met de daaropvolgende jaren-, of zelfs eeuwenlange bloederige burger- en stammenconflicten. Over het leegzuigen van de infrastructuur en het vernietigen van de inheemse economie van hele landen. Over het bevlekken van landen met buitenlandse ideologie en ze dan in de steek laten. Moet ik doorgaan...

Von Hartezwam: Oké. Ik kan eigenlijk heel kort zijn over deze dingen. We moeten hier zelfs niet ingaan op de waarheid van uw uitspraken, en of ze misschien niet wat overdreven zijn (pauzeert en zet met zijn wijsvinger zijn indrukwekkende bril weer tegen zijn voorhoofd). In juridische termen bestaat er zoiets als verjaring. Al die dingen die u zegt zijn zoals wij dat onder elkaar in het jargon zeggen "oude koeien". Over oude koeien moet je niet zwansen, je moet vooruit. Slavernij. Ja ja. Vervelend, zeker en vast. Maar nu kunnen we ons beter bezighouden met het goed te maken voor de mensen hier en nu. Dit zijn dus non-issues. Dat is misschien niet "in", of zo, maar ik zeg de waarheid. Ik ben hier niet om me populair te maken.

DLC: Het probleem stopt natuurlijk niet in het verleden. De uitbuiting van de zuiderse landen voor ontginning van grondstoffen en dergelijke meer gaat onverminderd door. Goedkope werkkrachten in Zuidoost-Azië maken een groot deel van onze verbruiksgoederen tegen schandalig lage lonen. Zijn we dan als consumenten niet allemaal schuldig, om nog maar te zwijgen van de industriëlen zelf?

Von Hartezwam: Als juridisch persoon ben je nooit schuldig door te consumeren, tenzij het gaat om illegale middelen. Dus dat is al afgehandeld. Over de industriëlen kan ik ook kort zijn: als ze zich aan de wetten houden in de desbetreffende landen is er geen probleem. De overheden daar moeten de regels maar beter maken, dat is onze taak niet.

DLC: Maar dat is toch allemaal heel erg dubbel. Eerst creëren we een situatie die ervoor zorgt dat overheden in het zuiden structureel in de problemen komen en dan gaan we profiteren van hun lakse wetgeving en het niet bestaan van arbeidsrechten?

Von Hartezwam: Wie is die "we", waar u over praat? "We" bestaat niet. Je hebt alleen overheden die regels respecteren en al dan niet ondernemende burgers die iets doen om uit hun ellende te kruipen.

DLC: Dus u vindt dat het de schuld is van de armen dat ze arm zijn? Ze doen niet genoeg moeite om uit hun ellende te kruipen?

Von Hartezwam: Ha, nu hanteert u eindelijk het concept schuld op een manier die geldig is! (lacht) Ja, je zou dat kunnen zeggen. Onderzoek toont ook aan dat je mensen niet te veel mag pamperen, maar dat je hun natuurlijke drang om te concurreren moet aanscherpen. Eigenlijk zouden de zuiderse landen ons dankbaar moeten zijn om de wandaden uit het koloniale verleden. Het heeft hen de noodzaak gegeven om scherp te zijn!

DLC: Dat kan u toch niet allemaal zomaar beweren? Dit is de meest abjecte onzin die ik ooit gehoord heb.

Von Hartezwam: Och ja, u vindt dat onzin, dat kan ons niet zoveel schelen (lacht). Ik ben hier niet om populair te zijn. Wij vertellen de waarheid. Het is een harde tijd, de cadeaus zijn op, het is elk voor zich. De socialistische utopieën hebben zonder uitzondering gefaald.

DLC: Mensen die naar hier komen om het vrije concurrentiële spel te spelen, gedreven door wat u "hun natuurlijke drang om te concurreren" noemt, zijn nochtans niet welkom. "Europa zit vol", klinkt het.

Von Hartezwam: We moeten onze economie toch ook beschermen? Als er een overstroming is en u kan maar één persoon meenemen op uw vlot, wie kiest u dan? Uw eigen kind? Of het kind van Mohammed, de buurman die u één keer per jaar ziet? Dat is toch normaal! We moeten toch niet zwansen. En het is een vertekening om te zeggen dat mensen niet welkom zijn. Ingenieurs, dokters, wetenschappers en miljonairs zijn hier natuurlijk welkom. (Lacht) Nee, ik maak een grapje, maar ik snap echt niet waarom links met zijn vingertje staat te zwaaien als er kapitaalkrachtige lieden naar ons land willen komen. Willen ze soms dat onze economie in het slop geraakt? (Lacht) Soms lijkt dat zo.

DLC: Los van alle franje, eerlijk en op de man af, moeten we nog aan ontwikkelingssamenwerking doen? Vindt u dat een morele plicht?

Von Hartezwam: (lacht) Ziet u, u was goed begonnen, maar dan moest u het een plicht noemen. Nee, een plicht is er niet. Iedereen moet op de eerste plaats goed voor zichzelf zorgen en zich een plaats trachten te veroveren. Daarna is er eventueel nog ruimte, als het kan, om uit vrije wil iets te geven aan minderbedeelden. Dat is toch veel mooier dan gedwongen schenkingen? Is dat niet de enige realistische invulling van altruïsme: de luxe hebben om te kunnen geven en het ook doen. Men noemt ons pessimisten maar wij gaan er wel van uit dat mensen genoeg geven als ze vrij zijn om het te doen. Als er maar genoeg ondernemendheid en welvaart is komt alles goed, dan zijn er zelfs geen onrechtvaardige transfers naar het zuiden meer nodig.