zaterdag 8 juni 2013

Kritiek van het biologische vernuft.

Levermos, nierstenen, oorwurm
Op- en aangevreten vlees,
Drie terraria van lijf in drie delen,
De einder glipt almaar verder,
De kim verdwijnt grijnzend,
Vaarwel, vaarwel,
Ranke ouwe rukker,
Beeld in beeld,
Kaleidoscopisch verblijf ik,
Uw vriend en stoffige trilobiet,
Een paar kwabben die door schichten
Tot springen worden bevolen,
Eén plus één plus één is drie,
De stompe waarheid van de abacus.
Ledematen, hoofd en romp,
Segmenten, voelers en poten,
Kruipend bereiken pissebedden,
Meer dan mensengeesten,
Dan lichamen met vurige schenen,
Tulpen zijn nerveuzer,
Dan zelfs de wildste dieren.
Bijziend tastend tekenen en tellen,
Kleine apen met grote gezichten,
Schedels met liktongen,
Die dromen en dromen van
Lief, zoet innig minnekozen,
En waarheden verder dan,
De grenzen van het weten,
Geen zandkorrel ter wereld,
Die van zelf noch einde weet,
Zou er niet om moeten grijnzen.

zondag 5 mei 2013

Yamato


Occidentaal lepe vingers,
Zakken mos tikken bezig,
Randen ontstoken, werk,
Geen zalf, geen honing,
Niet stijgen, niet landen.

Daar, daar, daar,
De bel die bommelt,
Over kale hoofden,
Niet voor of achter, erin,
Waar de geluksstokken,
Yamazaki, zeven elf,
Zoon van Law, blauwe lichten, 
Griezelige stemmen zingen,
Water vloeit nooit naar boven.

Ik moet, het ontploft, het knalt,
En dan passie, kort, kapot,
Geen vorken wel gember,
Dode vis in gekraakte kommen,
Gevaarlijk rood, zieke plaats,
Oude plaats, lieve lieve smart.

Zes uur ’s ochtends kleine kerselaar,
Geen verandering in duizend jaar,
Acht uur ’s avonds kleine kerselaar,
Monkellachend in de schemerlucht.

vrijdag 3 mei 2013

Bedsterfsitter: max. 73j.


Plaf, daar ist-ie haast mijn asem, mijn laatste,
Je waakt bij mijn armen, je houdt me in de gaten,
Ik zie zwarte vlekken in de mist,
Fonkelende cirkels in en om de ruimte heen,
 Ik zeg: “het is mijn bril”,
En je poetst mijn glazen,
Als altijd kan een kleine streling heus wel baten,
Je bewatert mijn gezicht zoals die vrouw van Jezus ,
En al lag Hij dan niet op een matras met de verwarming op 5,
Knapperig warme zieke bacon snack,
Lauw zakmembraan met kak en ingewanden,
Ik ben ook een zoon van God, misschien,
Al voel ik me meer als een grap zonder pointe,
Mens uit en in de leegte en vader van niets,
Een hoogmoedig insect in een burcht van glas en steen,
Met meterslange voelsprieten tot aan de ramen.
En dan, helaas, weet ik het ook,
 Ik draag geen bril en de laatste bezoeker in de kamer,
Heeft niets met ons te maken,
Wil me bij zich hebben en houden,
Kan je niet knuffelen tot hij weggaat,
En begrijpt niet wat het is om ons te scheuren.
Ik hoor de klokken luiden,
Tiet-tiet tiet-tiet  tiet-tiet,
Ik zeg:
“In mijn tijd had je nog echte geluiden
Metaal tegen metaal en cimbaal en snaren,
Ingewanden van katten en pvc tranen,
Britney Prince Madonna Scarlett Johan Rasmussen,
Ja, dat was me nogal een groep”,
En je zegt “ja” en ik kan het slijm in je keel horen.
Dit is dan dag en vaarwel,
Dag en salve aan je billen en je tieten,
Dag en de kost aan je handen en je huid en je haar,
Dag en tot nooit meer aan voeden en slapen en pissen,
Dag en bedankt aan pijn, aan plezier en aan in het midden van de nacht,
Van een glas whisky gaan drinken, en een boer laten.
Aan kotsen in de vuilbak en aan mijn anus scharten,
Aan in de woestijn staren en de leegte voelen,
Dag aan mijn geest en aan de jouwe,
Waarvan ik vaak zo heb gehouden,
Dag aan jouw lijf en lichaam,
Brein, gedachten, plaksels en je ikke  die van jou was,
Aan alles dat ik moet deserteren,
Ruk, ruk, in één ruk,
Keel toe, hart af, ogen donker,
Terug op in de domme natuur,
Die niets voelt en niets weet,
Over de zin van het leven,
En over het verlaten.

zondag 21 april 2013

Proefexamen INBURGERING VOOR ALLOCHIES: Voorbeeldvraag 1 & 2 & 3

Bekijk goed het filmpje onder de "Link!" en beantwoord de vragen over de Vlaamse cultuur.

1) Met wat was de Maria der?
 a) Met de Brusselse spruiten
 b) Met de wafels.
 c) Met de dissidentie.
 d) Met de terugbetaling voor uw aidsremmers.
 e) Met de mosselen.

2) Wat is de Franky?
 a) Een Brusselse ket.
 b) Een Antwerpse Tom Barman.
 c) Mohammed, Rachid of Ali Baba.
 d) Een onnuzel manneken.
 e) Een trouwe onderdaan van de Chinese volksrepubliek.

3) Wat is de functie van ons Sabrina binnen het gezin?
 a) Lichtekooi, hoer, een schande.
 b) Een plezant Vlaams meiske met het hart op de juiste plaats.
 c) Een vijand van het Chinese volk.
 d) De matras van het dorp.
 e) Alles is goed. Chill.

Link!

Verbetersleutel volgt!

zondag 24 maart 2013

1983-2013 (II)


Heuvels voorbij heuvels,
Een vlakte zo nu en dan,
Echo’s en de zon,
Geen waarheid en geen bewijzen.

Ik kan mijzelf voor jou niet delen,
Toegeschreven aan dit ene leven,
Mijn schedel splits onder de gebreken,
Van slechts één leven en één man.

Nachten onder nachten,
De dag in spleen verdrijven,
Waas en glimming,
Ik moet mijn hemden wassen.

Groen, irreëel, warm en vochtig,
Streelruimte zonder einde,
Ik ga nergens heen weg,
En blijf er bij jou wonen.


donderdag 14 maart 2013

1983-2013 (korte versie)


Woorden verlammen vingerhanden,
Zuurdesembrood voor altijd eten,
 Het oude lied niet langer zoemen,
Laat (het) maar voor wie (het) maar willen,
Centrale banale van de smart,
Stemloos en onhoorbaar groeten.
UIT. DIGITALE PIIIEEEEEP. 

donderdag 7 maart 2013

Bèh bèèh bèèèh



Met mijn rad vaar ik tegen twaalf,
Hooguit dertien per uur over,
De intergalactische snelweg van,
De Brugse Poort tot aan de Verloren Kost,
Links en recht passeren vlugge fietsermensen,
Dat gaat van “tring, tring, ringeling”
En van “lome dikkerd, ik rijd je van de weg.”
Zo komen ze vlugger waar ze moeten zijn,
Op een superbelangrijke meeting,
Of dichterbij het koffieapparaat,
Een stapje dichter en wat sneller,
bij een hartaanval op vijfenveertig,
Ik hoef niet vlug te rijden, ik ga wel traagjes
Ik moet toch nergens heen,
Ik ben gelukkig op mijn fiets.

“TRALALALA LALA LAAA!”

Ik lees geen radio en kijk geen kranten,
Ik luister zelfs niet meer naar de televisie.
Ik denk zelf wel wat ik wil denken,
Ik doe wel wat ik moet doen,
Al die mensen die zo veel kijken,
Naar het plekje onder hun neus,
Niet eens weten waar hun lippen liggen,
Zielig,
Als onze economie kapot gaat,
Dan is dat oké,
Want ik zal het toch niet weten,
En ze is toch niet van mij,
Ik ben van alle mensen,
En zij zijn van mij,
Ik wil niet lezen over de zwakken
En hoe slecht ze het hebben,
Ik wil ze helpen.

Ik heb wollen sokken en ik eet nooit vlees,
Hooguit wat grassen,
En als ik in de kathedraal van het kwaad,
Die plek in de Veldstraat waar de suffen,
Boekjes en plaatjes kopen om met vrienden,
Eindeloos te masturberen,
“Bèh bèèh bèèèh” schreeuw,
Dan kijkt iedereen me aan alsof ik gek ben.
Wel,
Ik ben geen schaap.