zondag 19 oktober 2008

In 476...

In 476 kwam het West-Romeinse rijk ten val. Dat werd wel tijd want er waren al een hele tijd geen propere toga's meer en een mens moet een keer beslissen om broeken te beginnen dragen.

Waar vind ik de moed om de zes resterende uren van de nacht mee door te komen?

Zes uren, driehonderd en zestig minuten. Het lijkt zo onoverkomelijk lang. De seconden tikken traag en geluidsloos weg op mijn digitale klok. Er schijnt geen licht op mijn retina en mijn ogen zijn vermoeid, uitgeput door te weinig slaap en te veel glucose. Ik kan de slaap niet vatten. Ik zit en ik staar en ik luister naar de klanken van mijn eigen organisme. Het borrelt en het puft, dat lijf van me, het heeft altijd wel iets te doen. Het lijf werkt en de geest ijdelt.

Toen ik zeven jaar was, elke dag verrukt om op te staan en met enkele uren videogames spelen in het vooruitzicht, dacht ik niet na over slapen. Ik sliep. Ik at. Ik piste en ik kakte. Mama zei dat ik een brave jongen was. Alles ging vanzelf. Zelfs na een lange vervelende schooldag, met bloed en modder in mijn gezicht. Schaafwonden op mijn knieën. Fucking pestkoppen.

Ik werd zelf een fucking pestkop. Zo gaat dat. Zo ging dat. Hakuna Matata. Pluk de dag, voor de dag jou plukt. Dies Carpit? (Ik ben nooit erg goed geweest. Niet in Latijn, alvast.) Carpe noctem. 's Nachts zijn alle koeien zwart. Dat is van Hegel, van Pruisen, werd in de 18e eeuw geboren. Ik had hem graag eens ontmoet maar hij is dood. Heb ik weer.

In 524 werd Boëthius in opdracht van Theodorik de Grote gewurgd in zijn cel. Slim hoor Bo, wat aan filosofie gaan doen in een despotisch rijk. Hij schreef een boek over de troost die de filosofie biedt. Ja wat moest hij ook? Online fantasy games bestonden immers nog niet.

Waar ben je mijn (hypothetische) liefste? Je ligt niet naast me. Zit je soms in porno? Mijn tweepersoonsbed is veel te groot. Slaap ik al? Zou mijn bed leeg zijn in mijn droom of zou ik je dromen? Nog altijd diezelfde beelden in mijn slaap. Dagen, maanden, jaren, al sinds mijn dertien jaar diezelfde dromen. Verlangen, borsten, benen, lonkende vingers en dan demonisch gelach. Je hebt geen werkwoorden nodig om je dromen te beschrijven. Je hebt geen dromen nodig om te werken, het gaat zelfs beter zonder.

Met de puberteit kwamen de puisten, het zweten, het nachtenlang van meisjes dromen, onbestemde dromen van jou, wie je ook bent. Soms dacht ik je te herkennen, op straat, in mijn bed (veel later). Maar dat bleek altijd misleid, een oppervlakkige gelijkenis. Je bent wellicht als Pegasus, een nobel en oogverblindend mooi maar geheel geconstrueerd droomwezen.

In 1066 hadden ze geen personal computers. Maar wel wandtapijten. Belachelijke bende textielhomo's.

In 1994 was ik elf jaar oud, en ik ontdekte de lust door de blote benen van onze poetsvrouw te bekijken. God zou vast kwaad zijn om al die zaadlozingen. Daar wordt hij erg kwaad van. Dat hadden ze me verteld, maar hij deed niets. Super Mario begon zijn aantrekkingskracht te verliezen en ik ontdekte de vormen van prinses Toad. Als God dood is, is alles geoorloofd. Dostojevski, ook al dood. Pity.

De meisjes lustten me niet in 1994. Nog niet. Toen ik eindelijk mijn lippen, twee lapjes droge biefstuk met een tussenschotje van wit ivoor, tegen een levend meisje drukte was ik alweer 17 jaar. Ik ben bang dat ik stomdronken was. Ik braakte diezelfde avond nog in haar voortuin. De gedachte dat haar vader het te weten zou komen maakte me doodsbang. Ik kuste en vluchtte, reageerde niet meer op haar telefoontjes. Ik heb haar vast erg veel pijn gedaan. We waren kinderen maar bijna geen kind meer en we speelden wrede spelletjes.

Eén Götterdämmerung, twee götterdämmerungen, drie götterdämmerungen... Waarom lijken godendeemsteringen zo goed op schapen? Nummer 14 is een zwangere ooi met vijf poten en een misvormde staart. Slaap ik al? In 1492 ontdekte Colombus een continent waar heden ten dage de machtigste mensen van de aarde wonen. Nee, niet Gondor.

In 1997 kreeg ik klappen van drie gabbers met één bromfiets. Een beetje raar want drie gabbers, ook al waren ze iel en intellectueel zelfs miniscuul, passen nooit op één snorfiets. Ik sloeg niet terug. Ik was te bang. Mijn vader trok één van de kwajongens aan zijn oorlellen uit de kantine van de sporthal. Hij sloeg hem met zijn riem waar iedereen bij was. Vreselijk jaar. Ik hield niet van mijn vader, toen. Nu wel. Hij lijkt erg veel op me en als ik iets goeds over hem vertel hemel ik mezelf daarmee ook op. Ik ben een narcistische klootzak, ik ga vast niet naar de hemel. Dat dondert niet. Het is daarboven toch nogal bedrukkend de laatste tijd, met die constante rave hierbeneden. Geen bezoekers meer sinds 1945. In de oorlog waren er nog heiligen. Je was toen een nazi of een heilige, zonder alternatieven behalve die twee. De bebaarde mannen met hun dertig maagden stromen aan één stuk het paradijs binnen nu. Geen leden van de Dar-al Kafr, de wereld van de ongelovigen.

In 1998 sloeg ik een 4 jaar oudere jongen tot bloedens toe. Pulp wederom pulp. 's avonds stond er wel honderd man op me te wachten. Vendetta. Ik glipte naar buiten door de achterdeur van de school. Ik was te bang. Mensen veranderen niet zomaar.

In 1530 schreef Copernicus dat de aarde rond de zon draaide en niet omgekeerd. En dan? Als ik een hele dag rond een paal zou lopen besteedt er vast niemand aandacht aan. Hoogstens een artikeltje in een roddelblad.

"Man loopt al heel jaar rond paal."

"'Ik wil de zon naar de kroon steken', verklaart dolgedraaide provinciaal."

"Gek volgt enkel zijn paal. Lees het exclusief."

In 2002 begon ik aan mijn studies in de filosofie. Het zou de spannendste en meest uitdagende tijd van mijn leven worden. Dat was natuurlijk niet echt zo. Ik liep drie keer in de week stomdronken marginale bars in en later op de avond nog meer stomdronken weer uit. Af en toe sliep ik met een meisje. Als ik niet te veel gedronken neukten we ook. Een paar van hen zijn intussen getrouwd. Eéntje maar eigenlijk. Waren het er maar meer, dan had ik wat meer verhalen te vertellen.

Gewoon je geest leeg maken, aan niets denken, je slaapt zo. Vanzelf. Nu dan. Geest leeg. Leeg. Leeg. Ik heb honger. Mijn nieren steken me erg tegen, verdomde kleine boonachtige organen. Wat ruikt er hier toch zo onaangenaam? Ben ik niet in bad geweest? Vast de walmen van het frietkot van wat verderop in de straat. Leegte. Leegte. Schijt, schijt, schijt.

In 2007 werd ik voor de eerste keer werkloos. Mijn vdab-agent was van het begripvolle type. Kan je niet eens op je vdab-man schelden omdat hij zo'n lieve kerel is. Kut.

In 1860 werd Abraham Lincoln president van de Verenigde Staten. De stront raakte meteen de ventilator. Burgeroorlog. Ik vraag me af of ik ooit president van de VS zal worden? Nee. Premier van België? Allicht niet. Gemeenteraadslid in Velle, dan? Mijn ambitie reikt ongeveer zo ver als mijn armen, wat verder is dan mijn neus, maar toch ook niet echt een grote afstand.

In 2008 was ik op een nacht erg moe maar kon toch niet slapen. Ik droomde van ledematen die mijn armen openwrikten, een mond die mijn toegelaste lippen kraakte, een lichaam dat mijn ogen niet meer ijdel liet en een geest die mijn gebroken hart lijmde. Een kleine stralende verschijning met een gigantische tube Velpon. Kleine kans voor deze nacht, maar ik blijf hopen.

Waar vind ik de moed om de vijf resterende uren van de nacht mee door te komen?

Nog vijf uur, 300 minuten en ondanks mijn lafheid gaat alles goed. Slaap zacht schatje, beloof dat je me wakker maakt als je tegen beter weten in toch naast me bent gaan liggen.

dinsdag 14 oktober 2008

Schaatsen op de schelde.

Dit weekend was de grootmoeder van Dijf Sanders in de studio van Urgent.fm. Ze deed enkele, nogal ophefmakende, onthullingen over zichzelf en haar kleinzoon. Een interview met een zeer moedige vrouw.

maandag 6 oktober 2008

Open brief aan de pitaturk en zijn onverstaanbare feuilletons.

Het overkomt me wel eens dat ik me op culinair bezoek bij de pitaman ontzettend eenzaam en uitgesloten voel. Dat heeft in eerste instantie natuurlijk te maken met het feit dat kebab een erg trieste staal van vrijgezellenvoedsel is en dat ik me ook slechts tijdens mijn meest duistere en solitaire momenten in het gezellige okergeel geschilderde holletje van mijn favoriete snor of snorrin bevind. Met andere woorden: wanneer ik niemand vind die met me wil eten of mijn gezelschap kan luchten eet ik pita. Leuk toch?
Er is echter nog een andere reden waarom ik me de laatste tijd op mijn ongemak voel in deze horecazaken voor gedegenereerden, studenten en fastfoodliefhebbers van allerlei slag.

Mijn pitaman (die ik voorlopig en tot in de eeuwigheid pitaman zal blijven noemen want ik vind het moreel verwerpelijk om hem om zijn naam te vragen, het zou een flagrante verbreking van het Oosterse mysterie van de mens zijn) is namelijk een fervent soapfanaat.

Nu houd ik sowieso helemaal niet van soaps. Geef me een aflevering van Neighbours te zien en ik ga mijn buren op hun smoel slaan, laat me een uurtje naar Familie kijken en de lust bekruipt me om mijn familie uit te schelden. Poot me neer in de zachte contreien van de Eastenders en ik krijg zin om Oostendenaren Engelse bolhoeden te geven, ze thee te laten drinken en hen de horlepiep rond een stuk Cheddarkaas te laten dansen. Faldera.

Maar ik ben een tolerant mens zoals mijn moeder wel zal toegeven, na enig aandringen, misschien nadat ze je verteld heeft over mijn voorkeur voor een totale ongegronde en instantane veroordeling van mensen, dieren en gebouwen die ik niet eens ken. Tolerant mens zijnde zou ik het kunnen tolereren als generische pitaman naar een of andere Vlaamse, Engelse of enigzins verstaanbare soap zou kijken. Goede tijden, slechte tijden. Prima, glashelder. (Soms zijn er goede tijden en soms zijn er slechte tijden.) The Bold and the beautiful. Welja, als je niet stoutmoedig bent ben je knap, en vice versa. Anders kan je ophoepelen. Tof, begrijp ik! Days of our lives. Leuk! Dagen uit ons leven, die zijn er in overvloed. (Behalve op één keertje en dan zijn ze op en dan sta je daar ook weer schoon te schilderen.) Ook de soap "Kutkutkut, ik ga echt de trein missen, gisteren weer te veel gezopen" vind ik watn aam betreft erg tot de verbeelding spreken. Maar wat in de naam van Uri Geller wil Asmali Konak zeggen? Asmatische Konan? Een sprookje over een barbaar met respiratoire problemen? Of kende een zekere Ak een zekere Asmali? Waarna natuurlijk nog een mysterie blijft: wie zijn Asmali en Ak?

Nee, daar versta ik echt geen ene reet van, van al dat Hettitisch geblaat. Goed, mijn polyglotie reikt tot hoge maar tot eindige hoogten en ik kan niet verwachten dat ik elke onnozele taal die er op de wereld is kan leren spreken. (Ik spreek al het volstrekt onbenullige nederlands, dat kan wel volstaan.) Maar dat is het punt niet: ik schets even de situatie.

"Een Dürum met Andalouse alstublieft."
Hij kijkt naar het scherm. Hij lacht. Er is een of andere vrouw te zien aan een tafel, alsook een (knap) jong gesluierd meisje en een man in pak.
"Zeker meneer met Andalouse."
Heel de bereidingstijd van mijn Dürumrol lang kijkt hij met één oog naar het scherm waarop een of andere man in met modder besmeurde en gescheurde pak over de grond sleept, de branding tegemoet. Het lijkt me erg dramatisch, maar zeker ben ik daar niet van, want ik versta er vooralsnog geen reet van. Pitaman zegt me de prijs van mijn Dürum, ik betaal en paf, vier potentïeel interessante minuten van mijn leven verspild omdat hij naar een soap kijkt waar ik absoluut geen snars van snap.

Vroeger was dat anders. Toen hingen er nog geen televisieschermen in pitazaken.
Toen vroeg zo'n pitaman: "Lekker weer he meneer?"
Of: "Meneer veel gewerkt vadaag?"
Of: "Meneer ziet er erg parmantig uit vandaag."
Interessante toffe vragen van een man vol levenslust. Een man die met zijn twee voeten in het echte leven staat en zichzelf niet verliest in één of andere godersakkerse fantasiewereld vol met kwelende en lachende en vaak afgeborstelde Osmanen. Een man die vragen stelde waarop ik dan laatdunkend kon antwoorden. Vragen waarop ik mijn wenkbrauwen kon optrekken of "dat zijn je zaken niet" kon zeggen.

De gouden tijden van de pita zijn voorbij, zoals het er nu voorstaat kan ik beter naar een frietkot gaan. Als daar de vtm opstaat, versta ik er tenminste nog iets van en hoe hard ik dan ook word genegeerd, het geeft zo'n lekker thuisgevoel om zeker te weten dat je sociaal in de kou wordt gezet om volstrekt onbenullige redenen.

Thuis. Bah. Ik ben niet jaloers op die Turken met hun waarschijnlijk ijzersterke soaps, grrrmbbl.

zondag 28 september 2008

Lang leve de Sisyphische mars van de moedelozen!

Als je logisch nadenkt kan het er eigenlijk niet beter op worden. Het organisme verzwakt met de jaren. De ademende mens steunt en puft en begint steeds meer op een antieke stoommotor te lijken. De neurologische vertakkingen worden talrijker en ingewikkelder, maar tegelijk verzwakt de myelineschede waardoor de signalen reizen. Het karkas, ooit mens, is uiteindelijk een zeer complexe maar compleet disfunctionele computer. Alle creativiteit dooft uit.

De carrière waarvan je droomde mislukt en wanneer je na tien jaar noeste arbeid en zweet terugkijkt zie je een zwart gat van onbenulligheid achter je. Je wordt wakker op een bruine dag in november, bekijkt het ademende wijvenlijf naast je en denkt "Wie de fuck is dit nu weer?" Je hebt twee kinderen, met de oudste heb je al geen affiniteit meer, en de tweede slipt in snel tempo uit je handen. Hij lijkt te veel op je om een vriend te worden en te weinig om een kopie te zijn. Hij is een uniek maar compleet onbenullig individu, dat is herkenbaar. En pijnlijk.

Over pijn gesproken. Alles, vrouw, kinderen en werk, maakt je doodsbang en de laatste tijd moet je de auto dikwijls opzij zetten omdat je geen adem meer krijgt. Soms word je in het midden van dag misselijk en kan je niet anders dan kotsend voor de bedrijfsplee te gaan liggen. Je verdenkt je collega's ervan dat ze op je plaats azen. Je aast zelf op de plaats van collega's. Er heerst een gelaten sfeer van huichelarij tussen jullie.

De vrienden van vroeger zijn vet geworden. Ze zijn getrouwd, ze zijn zoutloos, het is een triestige boel als je ze ontmoet. Het gaat de laatste tijd meer en meer over auto's, opvoedingsproblemen. En over begrafenissen.

Wat is er aan de hand met die begrafenissen? Waren ze vroeger nog een ondergronds en onzichtbaar gewas, de laatste tijd schieten ze als schimmels vooruit.
Het heden is vlak en smaakloos, het verleden komt niet meer terug en de toekomst is bezaaid met arduinstenen. Ergens staat ook de jouwe.

Maar houd de moed erin, want als hij eruit is, is hij ook weg. Camus zegt dat de enige en eerste vraag van de filosofie "zelfmoord of niet?" is. Het is heel begrijpelijk om "nee bedankt" te zeggen, maar eens je na rationele overweging toch "ja" zegt kan je alleen heroïsch in de diepe zwarte kloof staren. Dan hoot het niet om nog een klagend oud wijf te zijn.

Ik denk dat ik weldra maar eens aan mijn grote overpeinzing begin. Benieuwd wat de uitkomst zal zijn.

zondag 21 september 2008

Smeekbede voor een groter netwerk

Liefste niet-facebookvrienden en -vriendinnen,



Het is tot mijn aandacht gekomen dat sommigen onder jullie die friendrequests van me wel heel erg lang laten 'penden'.

Misschien is ergens het tussen ons fout gegaan? Sommigen onder jullie heb ik allicht op de smoel gekust (te hard?). Anderen moesten het stellen met een sneer en een door urine besmeurde BMW-klink. Met in dronken stupor geschreven sms'en in de nacht waarin ik jullie verdenk van copulatie met een dikzak. Maar ik verzeker jullie: alles was per ongeluk. Ik heb geen wrok, ik ben een volledig workvrije zone. Waarom willen jullie mijn facebookvrienden niet worden? Ik ben toch zo'n aanwinst!

Ho, we zouden zoveel kunnen bereiken, wij samen! Je zou op een zonnige zondagmiddag opstaan, nog een beetje duizelig in je hoofd van het grote feest van de voorgaande avond, dat toevalligerwijs de dag ervoor plaatsvond,ook al. Een koffie zou je jezelf maken. Maar geen toast want dan kots je godverdomme heel de plankenvloer onder! Dat zou te veel hilariteit veroorzaken bij je huisgenoten/ je ouders/je kat Minoesj/ je om op fratsen te reageren voorgeprogrammeerde Macintosh. Je kan die mensen/dieren/machines eigenlijk niet luchten dus dat zou je niet doen. Je zou naar je bureaukamertje slash hobbyruimte struikelen. Je zou je PC aanzetten. Wat zou de dag je die dag bieden?
Een aanbod voor erectieverbeterende pillen. Een prachtige kans om een diploma aan de universiteit van Phoenix te behalen. Maar wat zou er op facebook gebeurd zijn?
Je goede en trouwe facebookvriend Frank zit immers vol kattenkwaad. Welke dolgekke streek zou hij uitgehaald hebben, welke gekke doldwaze groep heeft hij nu weer opgericht?

"Frank has poked you."

"Poke back?"

"Yes"

Pure euforie. Het leven wordt niet beter dan dit!


Potentiële facebookvrienden, het mag een klein belang lijken, niet eens de moeite van het overwegen waard, maar weet dat die gedachte misleid is. Wij, jij en ik, zouden onszelf kunnen openen voor een wereld van virtueel contact, cybernetische flirtaties en elektronische strelingen. Misschien koop ik zelfs wel één van die adaptoren die inputsignalen vertaalt naar stroomstoten op het lichaam. Dan zal ik echt kunnen zeggen: "Je berichtje/poke/fototag heeft me geraakt."
Het leven is aan de "accept friend request"-ers. Doe het vandaag, en vanavond por ik je!

Lieve groetjes
&
toekomstig de jouwe
Frank

donderdag 4 september 2008

Wake-up Call


 Download het hele verhaal als Epub: Hier

Toen Blaffetuur Argwanend die ochtend opstond had hij erg veel zin in een gekookt eitje. Tricky, want die dingen waren in het jaar 2545 gewoonweg niet meer voorhanden. "Dan maar opstaan en de tanden poetsen!", dacht Blaf desondanks vrolijk, want een levensgenietende levensgenieter dat was hij. "Genieten maar!", riep hij soms, gevolgd door, "Van het leven! Levensgenieten!" Een Gezelligaard was Blaf ook, hij kon bij tijd en stond in zijn gezellige living annex woonkamer zitten en een geheel spijsverteringsongerelateerde scheet laten. Zomaar voor de gezelligheid.
Het tandenpoetsen bleek uiteindelijk ook een beetje tricky, en zeker ook wat overbodig, want in het jaar 2545 aten de mensen al lang niet meer met tanden maar met een soort van gegalvaniseerde buizen die rechtstreeks op de maagwand waren aangesloten. Het water was bovendien al sinds het jaar 2345 opgedroogd, nadat de op dat moment bijna vierhondejarige Al Gore een globale ramp veroorzaakte door te voorzichtig te zijn. Je weet het nooit in de ecologie. Wat toont dat je die dingen (rampen, orkanen, mensongerelateerde catastrofen) toch nooit echt kan voorspellen, ook al doe je je best.
"Een beetje rare ideëen heb ik vandaag", dacht Blaf. Terstond herstelde hij zich en besloot hij om zijn darm aan te sluiten aan het verteervoortstuwapparaat en een partijtje te gaan masturberen op de holocomputer. Masturberen was, in tegenstelling tot in alle voorgaande eeuwen, in de 26e eeuw een geheel en al respectabel tijdsverdrijf geworden. Vorsten en verlichte despoten alom gingen er prat op dat ze tot 6maal per dag aan hun zielige fishstick rukten en dat er wat hen betrof geen belangrijker doel was in het leven dan het vervullen van deze solitaire onanische daad. Na een grondig snokbeurt op de tonen van Händels Watermusic op de vibrerende stoel in de holokamer besloot onze held dat het tijd was voor een grondige afblaasbeurt met de koolstofvernieuwer.

Plots ging de draagbare telefoon van Blaf over. (De telefoon was, ondanks de aanzwellende kritiek van artsen over hersentumoren en stralinggerelateerde ziekten, steeds erg in zwang gebleven in alle lagen van de bevolking. Natuurlijk zagen telefoons er in de voorgaande eeuwen heel verschillend uit. Ze waren groter, metaliger en leken hoegenaamd niet op een pindanoot. Zelden bevonden ze zich in het slakkenhuis dichtbij de trommelvlies in het binnenoor. Dat laatste gebeurde wel maar er was dan meestal sprake van één of ander misverstand.) Blaf nam op en de stem van Mia weerklonk. Ze was één van de top-vijf-fictiefiguren die Blaf toebedeeld had gekregen. Ieder persoon had recht op vijf zintuiglijk volledig aanwezige hologrammen, die meestal de voornaamste sociale functies bekleedden van de persoon in kwestie. Na een versnelde jeugd waarin achttien jaren in één maand gecompresseerd werden mocht elk persoon zijn persoonlijke keuze maken. Een fictieve vrouw of man, een fictieve beste vriend of vriendin en een fictieve minaar/minares. De andere twee keuzes waren volledig vrij in te vullen, maar de meeste mannen kozen voor twee bijkomende seksuele partners. De meeste vrouwen kozen voor twee seksuele partners, maar met dat voorbehoud dat de extra fictieve personen in het geval van kiezende vrouwen meestal ontworpen werden met het label 'goede vriend' en vervolgens omhoog gingen in de hiërarchie. Het systeem van de fictieve personen had voor de regering enkele belangrijke voordelen. Ten eerste werd er niet meer gekweekt aangezien de partners geen echte biologische wezens waren maar bewegende en tastbare 3d-afbeeldingen. Ten tweede stond het de overheid toe om hier en daar de staatskas te spekken door exclusieve deals te sluiten met bepaalde bedrijven die in het systeem van de fictieve personen een onevenaarbaar potentieel aan reclameboodschappen zagen. Om diezelfde reden boden de fictieve personen in verkiezingstijd grote voordelen.

Mia was een beetje een doorn in het oog van Blaf. Het mens kon, zeker in aanmerking genomen dat ze fictief was, een eind doorlullen en klagen over alle dingen waarvan zij meende dat hij ze voor haar diende te doen. Ze was nochtans slechts zijn nummer vier.

"Hey Blaffie, drink je ook een 'Moluska Stikzand'. Lekker en toch niet duur. Je weet waar je aan toe bent als je Stikzand kiest."

Blaf zuchtte luidop aan de telefoon, hier had hij helemaal geen zin in. Fictieve Mia maakte de hele tijd op zo'n doorzichtige manier reclame. De programmeurs die zich met haar bezighielden mochten ze wat Blaf betrof aan hun teelballen ophangen. Het was allemaal zeer vervelend.
"Luister Mia, ik ging net in de CO-vernieuwer.", braakte hij uit, "Ik heb zin in, noch tijd voor je corporatieve praatjes." Hij duwde de ingebouwde schedeltelefoon uit met zijn tong.

En terwijl de rode zon opkwam over de nog slapende megalopool Durbuy, trok Blaf Argwanend zich voor de tweede maal af in de holokamer.
Nummer 1, Wendy (Blaf hield nogal van ouderwetse namen, hij had haar om die reden gekozen) vertelde hem de dag ervoor dat ze van hem hield. Maar daar gaf Blaf niet zoveel om. Heel het concept van de liefde vond men nogal ontechtnologisch. Het was allemaal behoorlijk genant, om eerlijk te zijn. Liefde paste nog steeds in geen enkele beschrijving en vele van de nieuwe generatie ingenieurs vonden dat het maar beter overboord kon gegooid worden. Maar het was een hardnekkig concept, het bleef ergens op de achtergrond sluieren en waar intelligentie ontstond, in mens, machine of hologram daar dook het ook af en toe op. Het was een punt van de opperste eer dat een programma dat een ingenieur of programmeur (het onderscheid tussen beide beroepen was meer en meer arbitrair geworden)ontwierp nooit glitches in de richting van de liefde vertoonde. Wendy viel de laatste tijd meer en meer ten prooi aan dergelijke bugs. (Echte insecten waren sinds de grote insectenbrand in 2222 allemaal uitgeroeid. Miljarden en miljarden verkoolde insectenlijken dienden met grote sneeuwruimende hybriderobots van de straten geveegd te worden. Een grote voorspeller had de ramp in 2156 nochtans al voorspeld maar de insecten wilden, verblind door het onbreekbare geloof in hun eigen taaiheid, niet luisteren.)
Zolang hij zes keer per dag masturbeerde bleef Blaffetuur Argwanend onvatbaar voor de amoureuze uitspattingen van dit gesofisticeerde softwareprogramma.
In zijn medicijnenkastje had Blaf een hele zooi medicijnen die op een nanoschaal de macroprocessen van zijn bewustzijn onherkenbaar veranderden. De tijd van medicijnen met moeilijke namen was lang voorbij. Je had nu simpelweg 'de pretpil', 'de erecto-lustpil' en 'de Ikslajeminaarmeteenbasebalbattotmoespil'. Hij nam een pretpil en een antisentimentpil en voelde de onzekerheid die hij soms na een beurt in de holokamer voelde wegebben. Blaf had geen werk, werk was al sinds de 22e eeuw afgeschaft, en geen echte bezigheid die je als een passie kon bestempelen. Van het moment waarop hij opstond tot aan het slapengaan bleven er ongeveer 16 uren. Zestien onbestemde uren vol pillen en holobeelden. De gemiddelde levensduur was gestegen tot 250 jaar, een lange tijd om door te brengen met voornamelijk niets doen.
Over de nachtelijke straten van Durbuy liepen holenmensen, mannen en vrouwen, en elke avond stegen hun getalen. Zij waren uit op de puur fysieke kick van het vernietigen van het lichaam van de ander.
Ze vertrokken rond tien uur 's avond uit hun luxe-appartement, high door illegale woedepillen. De overheid wist helemaal niet hoe ze de rondtrekkende bendes het best kon bevechten. Behalve de illegale handel in woedepillen bevechten, een handel die zich in de marge van de Groot-Westerse Federatie afspeelde, stonden Ohm en zijn Stroombestuur, de hoogste wettelijke en bestuurlijke instantie, machteloos. De overheid had het monopolie om geweld te bevechten maar niemand wist nog precies hoe dat ging, behalve de half-mechanische soldaten. Niemand dacht eraan om de militairen binnen de grenzen van de burgermaatschappij een rol te geven. Hun technieken waren te zeer gestoeld op de onmiddelijke uitroeiïng van alle verzet mits geweld. De barbaren aan de grenzen werden van hun schamele motortuigen geschoten met hoogtechnologische apocalyptische wapens. Zoiets vond zelfs de meest radicale politicus binnen de grenzen van de federatie niet wenselijk, want het zou de economie kelderen, de vechter waren zeer vaak leiders en industriëlen. De agressiezoekers bleven aldus redelijk onbestraft binnen de grenzen van de steden rondlopen en het was een algemene waarheid geworden dat alleen dwazen zich nog laat op de straat waagden.
De vierde keer masturberen ging moeizamer. Gelukkig was daar ook een pil voor.

“Gelukkig maar", dacht Blaffetuur.

Na de vierde masturbatiebeurt verwachtte hij een telefoontje van Wendy. Verwachten was een beetje een understatement want Wendy was gewoonweg geprogrammeerd om rond 15u00 te bellen. De telefoon ging echter niet over. Blaf maakte zich niet meteen zorgen.

De vijfde keer masturberen was een verschrikking. De pillen maakten hem zo geil dat hij al heel vlug zijn kruit verschoot maar hij bleef met een gevoel van ultieme leegheid, dat wil zeggen zowel fysiek als mentaal, achter. Hij nam nog een pretpil en voelde zich terstond beter.
Na de vijfde keer maakte Blaf zich toch wel zorgen. Hij besloot om naar technisch onderhoud van geliefden (Gemeenzaam bekend als de TOG) te bellen. Hij kreeg de hoofdprogrammeur van zijn fictieve personen aan de lijn.

"Meneer Argwanend, we wilden u nog bellen. Het is erg druk."
"Niets te ernstigs", gaapte Blaf tegen deze man, één van de enkelingen met een job én een menselijk lichaam, ook al was hij voor meer dan 75% cybernetisch.
"Hoop ik?", vervolgde Blaf iets scherper toen er een stilte viel aan de andere kant van de lijn.
"We hebben alle contact met uw nummer 1 verloren.", klonk het aan de andere kant. De stem klonk angstig, bijna hysterisch.
"Hoe kan dat?"
"Dat kan niet."
"Maar hoe kan dat gebeuren, jullie hebben haar toch constant onder bewaking?"
"We kunnen alleen denken aan een terroristische daad. Die komen de laatste tijd meer en meer voor."
"Van wie dan?"
"Ja, van wie dan? Dat is een goede vraag?"
"Ik vroeg van wie dan?"
"Precies. Van wie dan."
En na een pauze vervolgde hij, " Ik vrees dat we voorlopig niets kunnen doen. U zal deze uren maar moeten uitzitten, ik begrijp dat het niet makkelijk is. Wij hopen dat u toch nog tevreden bent over de diensten van InstaHolo Ero Services, voor elk persoon zijn droom, voor elke droom zijn hologram, en zullen…"

Blaf verbrak de verbinding en zuchtte. Hij keek naar de klok en het pijnlijk traag verstrijken van de seconden. De digitale cijfers prikten in zijn ogen. Hij had dringend een kalmeerpil nodig.
De zesde keer kon hij zich niet concentreren op de ritmische beweging. Na een twintigtal minuten werd het pijnlijk. Hij besloot om er maar mee op te houden.
Na de zesde keer was het tijd om zich aan te sluiten aan de verteringsmachine. Na de maaltijd volgde steeds het paringsritueel met één van de vier hologrammen, meestal met de nummer 1, occasioneel met één van de anderen maar Wendy was nog steeds spoorloos dus er zat weinig anders op dan één van de anderen erbij te halen. Blaf merkte bij zichzelf een grote tegenzin om de andere fictieven iets te laten weten. Wendy leek zoveel echter dan de anderen, die waren zo gemaakt, zo vals. Hij nam een slaappil en ging slapen.
's Nachts kwamen de dromen. Rusteloosheid overviel hem. Hij zzag de horden van ver op zich af komen. Ze hadden degens, knuppels, ze wilden bloed zien. Ook tegen de verschrikkelijke visioenen zijn er pillen maar hij nam er geen. Zijn dromen gaven hem een gevoel dat hij moeilijk kon uitdrukken in woorden, een gevoel dat hij wel waardeerde. Hij wilde het niet chemisch onderdrukken, ook al schreef de wet dat eigenlijk voor.
Om 3 uur ontwaakte hij uit zijn turbulente slaap. Hij stond op om een nieuwe pil te nemen. Hij kreeg telefoon. Het scherpe geluid sneed dwars door zijn schedel. Er was een algemene, ongeschreven, maar door iedereen aanvaarde regel dat je iemand na 10u00 niet meer opbelde. Hij drukte op opnemen en de stem van Wendy weerklonk.

Lees verder: Rit naar Messier 24.

maandag 1 september 2008

Een zeer fijn boekje

Ik heb voor jou gekozen
Een zeer fijn boekje
Het bevat vele letters
En is gemaakt van papier

Ik hoopte dat je het zou willen lezen
En me zou willen zeggen wat je vond maar
als het materiaal te hard was
of de bedrukking veel te gotisch
gooi het dan niet zomaar weg.

Mag ik wel zoveel van je verwachten?